Welkom Leeuwenharten!
| 06 Januari 2009 | 16:51:44
             Ja, die Leeuwenharten, waar zijn die eigenlijk gebleven? Wat is er gebeurd met de spirit van een volk, trots op zijn land, zijn eigen taal en zijn helden? Of zijn we intussen allemaal al zo "multicultureel" geworden, dat we vergeten zijn dat onze vaderen in hun harten in de eerste plaats VLAMINGEN waren?   
 
            Voel jij je nog een Klauwaart? Wil je de echte Vlaming (opnieuw) ontdekken?
 
          Lees, leer, ontdek en geniet...
 
 
jullie Limburgs Leeuwinneke
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 202

Wil je mijn visitekaartje?
Vlaanderen - beknopte geschiedenis
| 06 Januari 2009 | 16:43:02
 
 
Het is niet de bedoeling om hier de schoolboeken te gaan overschrijven, maar een tijdlijn te geven met de voor Vlaanderen belangrijkste gebeurtenissen
 

1. Graafschap Vlaanderen en Hertogdom Brabant

Hoewel Graafschap Vlaanderen en Hertogdom Brabant dezelfde taal en cultuur delen, is Vlaanderen een Frans leen en valt Brabant als leen onder de Duitse keizer. Politiek en economisch zijn beide dus rivalen.

Vlaanderen kent als voornaamste steden Brugge, Gent, Kortrijk, Ieper, Rijsel en de kuststeden.

In Brabant zijn dit Brussel, Leuven, Mechelen, Antwerpen en ’s Hertogenbosch.

 

358: Vlaanderen komt voor het eerst voor in de geschriften als pagus flandrensis (= Vlaandrengouw). Dit is de Romeinse aanduiding voor de landstreek rond Brugge van de IJzer tot aan het zwin.

862: Boudewijn I (met de ijzeren arm) uit Laon wordt de eerste gouwgraaf. Hij is een Galliër uit de stam van de Morini. Door huwelijk met de dochter van Karel de Kale voegt hij de gebieden Gandensis (= Gent), Wasiae (= Waas), Tarvannensis (= Terwaan) en Rodanensis (= Aardenburg) toe aan Vlaanderen

Zijn zoon Boudewijn II de Kale vergroot het gebied verder met Kortrijk-Arthesie, Bonen en Doornik.

962: Onder Arnulf II verliest het gebied aan macht, maar dit wordt hersteld onder Boudewijn IV. Deze introduceert ook de textielnijverheid (wol en laken), waardoor de steden Brugge, Gent, Rijsel, Kortrijk en Ieper tot bloei komen.

1051: Er ontstaat een (tijdelijke) unie met het Graafschap Henegouwen door een verbintenis tussen Boudewijn VI en Richildis van Bergen. Dit is ook de tijd van de kruistochten.

1106: Godfried(met de baard) van Leuven krijgt hertogelijke waardigheid over Neder-Lotharingen na het verwerven van Antwerpen, tegelijk wordt hij Markgraaf van Antwerpen en Landgraaf van Brabant, leen van de Duitse keizer Hendrik V.

1119: Karel de Goede (een Deense prins) wordt de nieuwe graaf van Vlaanderen, maar als hij vermoord wordt is hij kinderloos en volgt er een opvolgingsstrijd. Met steun van de steden komt hieruit Diederik van den Elzas naar voren. In ruil voor deze steun krijgen de steden meer invloed. Na de dood van diens zoon (eveneens kinderloos) erft Boudewijn van Henegouwen het graafschap.

1139: Uitbreken van de Grimbergse oorlogen, strijd tussen Brabant en de Heren van Grimbergen en Berthout. Deze oorlogen duren 20 jaar.

1183: Na verwerven van het Graafschap Aarschot wordt Brabant zelf een hertogdom onder Hendrik I van Brabant

1190: De verbinding met Neder-Lotharingen eindigt na opheffing door de Duitse Rijksdag.

1204: Een deel van Maastricht wordt ingenomen.

1205: Boudewijn IX wordt vermist na een kruistocht en daardoor erft zijn 6-jarige dochter Johanna het graafschap. Zij wordt met haar zus Margaretha naar het Franse hof overgebracht en zo komen beide graafschappen Vlaanderen en Henegouwen onder bestuur van de Franse koninklijke familie Capet.

1212: Vlaanderen wordt formeel aan Frankrijk overgedragen door het verdrag van Pont-à-Vendin.

1213: Franse inval en plundering van de stad Damme na het verzet van Ferrand (echtgenoot van Johanna) – met steun van Jan zonder land (Engeland) en Otto IV (Duitsland) – tegen dit verdrag.

1214: Otto IV wordt verslagen en Ferrand gevangen genomen. Daardoor wordt Vlaanderen terug een vazal van de Franse koning Filips August.

1288: Jan I van Brabant verslaat bij Woeringen de aartsbisschop van Keulen en verkrijgt hiermee het hertogdom Limburg.

1297: Gwijde van Dampierre, (Franstalige) Graaf van Vlaanderen keert zich tegen de Franse invloed in Vlaanderen en sluit een militair verbond met Engeland.

1300: Filips de Schone (van Frankrijk) laat Vlaanderen opnieuw annexeren met de hulp van Fransgezinde stadsbesturen: de leliaards. Graaf Gwijde wordt gevangen gezet.  

18 mei 1302 -  Brugse Metten: De Franse bezetters worden in een bloedige overval te Brugge vermoord – wachtwoord "Schild ende Vriend" - onder aanvoering van Jan Breydel en Pieter de Coninck.  

11 juli 1302 – Guldensporenslag:  De Vlamingen, vooral boeren (Liebaarts of Klauwaarts), onder leiding van Willem van Gulik, Gwijde van Namen, Phillipus Baelde, Pieter van Belle en Jan III van Renesse, verslaan 2000 Franse ridders. De 500 gouden sporen, die na de slag gevonden werden, zijn opgehangen in de O.L.Vrouwekerk te Kortrijk. Deze datum is gekozen als Vlaamse feestdag.

 

 

1304: Vlaanderen wordt gedwongen tot zware toegevingen aan Frankrijk, maar blijft toch onafhankelijker dan andere leenmannen.

1323: Zwaar verzet tegen de buitensporige grafelijke belastingen is de aanleiding tot een opstand van Kust-Vlaanderen. De "Kerels van Vlaanderen", onder Nicolaas Zannekin veroveren Nieuwpoort, Veurne, Kortrijk en Ieper. Pas 5 jaar later slaagt Lodewijk van Nevers erin de opstand te onderdrukken na de Slag bij Kassel.  

1336: Vlaanderen komt in een zware economische crisis omdat de aanvoer van wol en levensmiddelen vanuit Engeland wordt stopgezet door de honderdjarige oorlog (tussen Frankrijk en Engeland).

1337: Onder Jacob van Artevelde komt Gent tegen Lodewijk van Nevers in opstand en verklaart zich neutraal in de oorlog. Vlaanderen krijgt terug wol, maar komt onder de invloed van Londen te staan. Wanneer van Artevelde terug komt van onderhandelingen met Edward III wordt hij vermoord, omdat men vermoedt dat hij Vlaanderen wil afstaan aan de Prins van Wales.

1369: Na het huwelijk van Margaretha met Filips de Stoute van Bourgondië komt Vlaanderen terug onder Frans bewind.

1382: Lodewijk van Male helpt de Gentse opstand onder aanvoering van Filips van Artevelde (zoon van Jacob) te onderdrukken.

1384: Filips de Stoute wordt zelf Graaf van Vlaanderen. Dit is het begin van de Bourgondische periode voor Vlaanderen.

1430: Ook Brabant (met Limburg) komt in het bezit van de Bourgondische erfgenamen

Hiermee worden de lage landen verenigd in de Bourgondische Nederlanden, de 17 provinciën, die zich op het toppunt van hun macht uitstrekken over de huidige gebieden Nederland, België, Luxemburg en Noordoost Frankrijk.

 

2. Van de Bourgondische tijd tot de Belgische onafhankelijkheid  

Deze periode kunnen we indelen in 4 tijdvakken: De tachtigjarige oorlog, de Brabantse omwenteling, Franse en Nederlandse overheersing.

Toen in 1477 Karel de Stoute sneuvelde, nam de Franse koning Lodewijk XI Bourgondië zelf in bezit. De Nederlanden worden geregeerd door Maximiliaan van Habsburg van Oostenrijk.

Tachtigjarige oorlog of Spaanse overheersing:

 

1517, De 17 provinciën komen onder Spaans bewind, via de zoon van Keizer Karel V: Filips II. Gewapende opstand ten gevolge van hoge belastingen, het harde bewind en vervolging van de protestanten.

1576: Pacificatie van Gent wordt gesloten tussen alle gewesten behalve Luxemburg, maar tussen 1576 en 1579 worden deze gebieden heroverd door de Spaanse bezetter.

De Nederlandse gewesten strijden door en sluiten de Unie van Utrecht

1581: De noordelijke provinciën (ook Vlaanderen en een deel van Brabant) scheiden zich af en vormen het latere Nederland, Vlaanderen en Brabant worden echter tussen 1579 en 1585 heroverd.

1659 tot 1678: De westelijke provinciën (Van Sint-Omaars tot Ieper) komen na de Slag aan de Pene terug onder Frans bewind.

 

Brabantse omwenteling of Oostenrijkse Nederlanden:

1714 tot 1795: De rest van de Zuidelijke Nederlanden komt onder Oostenrijks bestuur na het uitsterven van de Spaanse Habsburgers en het aantreden van de Bourbons.1790: Graafschap Vlaanderen roept zijn onafhankelijkheid uit. Dit gebeurde op de Vrijdagmarkt te Gent op 4 januari 1790. Het "Manifest van Vlaenderen"was opgesteld door Charles-Joseph de Graeve en Jozef Raepsaet. Zij kregen echter geen internationale erkenning en eind 1790 herstelde Oostenrijk zijn gezag.

                                                      

                                                     

Franse periode:

1792: Frankrijk valt de Zuidelijke Nederlanden binnen en wint de slag bij Jemappes, ze worden door Oostenrijk teruggedreven, maar slagen toch in de bezetting na de overwinning bij Fleurus in 1794. Zij kunnen dan hun overheersing handhaven tot 1814.

Dit is het definitieve einde van Graafschap Vlaanderen. Het gebied wordt omgevormd tot twee Franse departementen: Departement Leie en Departement Schelde (het latere Oost en West Vlaanderen).

Hertogdom Brabant wordt opgedeeld in Dijle en Twee Neten (het latere Brabant en provincie Antwerpen).

Prinsbisdom Luik wordt een Franstalig deel (provincie Luik) en een Nederlandstalig deel: de provincie Beneden-Maas (het oude hertogdom Limburg samen met Opper-Gelre). Dit wordt later het nieuwe hertogdom Limburg.

Tijdens deze Franse overheersing groeit er in de Zuidelijke Nederlanden duidelijk een bewustzijn dat men NIET "Frans" is.

 

Nederlandse periode:

1815: Na de nederlaag van Napoleon te Waterloo worden de Oostenrijkse Nederlanden herenigd met het Koninkrijk Holland onder Willem I. De katholieke Nederlandstaligen in het Zuiden (toen reeds Vlamingen genoemd) verzetten zich tegen dit protestants bestuur

1830: Met de Franse Julirevolutie als voorbeeld komt het tot een breuk tussen noord en zuid in de Belgische Revolutie. Willem I wordt verdreven uit de Zuidelijke Nederlanden en op 21 juli 1831 wordt de onafhankelijke staat België geboren.

 

 

3. Na de onafhankelijkheid:

 

Het in Brussel gecentraliseerde bestuur van het jonge koninkrijk België koos Frans als officiële taal. Deze taal wordt dus gebruikt bij administratie, het gerecht, het leger, cultuur en media. Nederlandssprekenden hebben geen politieke of economische macht, zij moesten zich neerleggen bij een taal die ze niet begrepen. Onderwijs kon men ook hoofdzakelijk maar in het Frans volgen. Vlamingen werden al snel "tweederangsburgers" die totaal geen kansen kregen.

In de geschiedschrijving is er voor het eerst sprake van Vlaanderen en Wallonië rond 1840.

Na duizend jaar breekt de Vlaamse eigenheid in politiek en cultuur langzaam door. Vanaf 1876 wordt er opnieuw onderwijs gegeven in het Nederlands, zij het enkel als mengvorm Nederlands-Frans.

1930: Doorbraak van eentalig Nederlands in het onderwijs met de vernederlandsing van de universiteit van Gent. In 1932 volgt het secundair onderwijs en in 1938 ook het leger.

Vlaanderen krijgt meer rechten:

De Vlaamse Beweging ontstaat en er wordt gestreden voor sociale en culturele gelijkberechtiging van de Vlamingen, niet alleen van het vroegere graafschap, maar voor alle Nederlands sprekende Belgen.

1944: België wordt onder Duitsland even opgesplitst in Rijksgouw Vlaanderen en Rijksgouw Wallonië, maar na de bevrijding wordt dit ongedaan gemaakt en het Belgische gezag hersteld.

1962 – 1963: Definitieve vaststelling van de taalgrens.

1968: De universiteit van Leuven wordt Nederlandstalig. De Franstaligen verhuizen naar Louvain-la-Neuve.

1970: Een grondwetswijziging deelt België in in 4 taalgebieden: Vlaams in Vlaanderen, Frans in Wallonië, tweetalig Vlaams-Frans in Brussel en Duits in de Oostkantons.

1971: Installatie van de Nederlandstalige cultuurraad.

1973: Uitbreiding van de taalwetten: ook bedrijven moeten de taal gebruiken van het gebied waar ze zich bevinden.

1980: Oprichting van de Vlaamse raad en de Taalunie tussen Nederland en Vlaanderen.

1993: Nieuwe grondwetswijziging (Sint-Michielsakkoord onder Jean-Luc Dehaene) maakt van België een federale staat, samengesteld uit de drie cultuurgemeenschappen (Vlaams, Frans en Duits) en de Gewesten (Vlaams, Waals en Brussels)

1995 – 1996: De Vlaamse raad wordt omgevormd tot volwaardig Vlaams parlement met eigen verkiezingen en een eigen regering.

 

 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 174

Vlaanderen - strijders, volkshelden en andere bekendheden
| 06 Januari 2009 | 16:41:41
Je hebt de namen die hier gaan verschijnen vast al wel eens in de geschiedenisboekjes gezien...
Maar er zullen er beslist ook minder bekende tussen zitten
 
 
Jan Frans Willems (Boechout, 11 maart 1793 - Gent, 24 juni 1846)
Vlaams schrijver en prominent lid van de Vlaamse beweging in de 19de eeuw.

In zijn jeugd kwam hij in contact met Anton Bergmann, advocaat te Lier. Via hem werd hij ingewijd in de vakken Latijn, zang, orgelspel en dictie. Als liberaal bracht Bergmann hem romantische idealen als vrijheidsliefde, liefde voor de (geschiedenis van de) eigen moedertaal en een liberale levensbeschouwing bij. 
Jan Frans Willems begon als notarisklerk te Antwerpen; in die periode begon hij met het uitgeven van pamfletten en historische geschriften.
In 1821 werd hij bevorderd tot ''Ontvanger der Registratie'' voor Antwerpen. In 1826 werd hij aanvaard als lid van de ''Comissie tot uitgave van de oude vaderlandse kronijken'' en in 1827 van de ''Commissie voor de Rerum belgicarum scriptores''. Dankzij de actieve politiek ter bevordering van het Nederlands in Vlaanderen onder het toenmalige bestuur van koning Willem der Nederlanden kon Jan Frans Willems carrière maken.
In 1830 kreeg hij een eredoctoraat in de wijsbegeerte en letteren van de Katholieke Universiteit te Leuven. Als Zuid-Nederlander had hij de moed zich zelfstandig op te stellen qua taal, letterkunde en geschiedenis.
In het nieuwe België werd hij (waarschijnlijk vanwege zijn orangistische sympathie) overgeplaatst naar Eeklo. In 1835 werd hij echter in eer hersteld en kreeg hij de benoeming tot ''Ontvanger der Registratie'' terug, ditmaal te Gent.
Alhoewel Willems zich na 1830 neerlegde bij de situatie, had hij toch liever gezien dat Vlaanderen en Nederland een eenheid bleven. Hij bleef wel werken aan de culturele eenheid met Nederland. Zo gaf hij de doorslag in de zogenaamde ''geschiedenis van de Nederlandse spelling'', waardoor de taaleenheid van Vlaanderen en Nederland een feit werd, zoals bevestigd op het Grote Taalcongres van 1841. De nieuwe spelling, die in 1844 van kracht werd, draagt zijn naam: 'Willems-spelling'.
In 1835 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten. Als enig Nederlandstalig lid probeerde hij de Vlaamse literatuur en poëzie een plaats te geven, tegen de heersende verfransingspolitiek van de Belgische regering. Willems slaagde erin de toenmalige bescheiden Vlaamse initiatieven te coördineren en bepaalt zo in niet geringe mate de evolutie van de Vlaamse Beweging in het jonge België.
 
 Enkele werken
Jan Frans Willems debuteerde in 1807 met ''Hekeldicht op den maire en municipaliteyt van Bouchout''. In 1812 wordt zijn "''Hymne aan het vaderland over den veldslag van Friedland en de daaropvolgende Vrede van Tilsit''" bekroond. Met zijn gedicht ''Aen de Belgen - Aux Belges'' van 1818 breekt hij door in Zuid-Nederlandse literaire kringen.
Literaire en historische verhalen uit de Middeleeuwen werden door hem vertaald naar het Nederlands uit zijn eigen tijd. In 1834 vertaalde hij als eerste "Van den vos Reynaerde".
In 1844 publiceerde J.F. Willems ''Oude Vlaemsche Liederen''. Het tweede deel van deze liedverzameling, ''Oude Vlaemsche Liederen ten deele met de melodieën'', werd in 1848 postuum uitgegeven door zijn vriend F. Snellaert.
 Willemsfonds
Een aantal vrijzinnig-liberale Vlaamsgezinden richtten in 1851 in Gent het naar hem genoemde Willemsfonds op. Samen met het (socialistische) Vermeylenfonds en het (katholieke) Davidsfonds, speelde het een belangrijke rol in de Vlaamse beweging.
 
 
____________________________________________________________
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 324

Vlaanderen - mijn eigen gedichten
| 06 Januari 2009 | 16:39:48
Hier zijn mijn eigen schrijfsels te vinden, ingedeeld in algemene gedichten, strijd- en protestgedichten en gedichten specifiek over streken en steden in Vlaanderen...
Speciaal voor Vlaams-nationalisten: de gedichten mogen gebruikt worden na een simpele aanvraag (in de reactie na dit blog)
 
 
Algemeen
 
 
                                
 
 
                         Vlaanderen
 
            Daar waar de IJzer en de Schelde stromen
            Tussen berk, knotwilg en dennebomen
            Met z'n duinen, polders en het Meetjesland
            Daar ligt mijn trots: mijn Vlaamse land
 
            't Is waar Rupel, Demer en Nete vloeien
            't Land waar de gagel en de heide bloeien
            Van de Kempen tot aan het Noordzeestrand
            Dat is mijn trots: mijn Vlaamse land
 
            Waarover Borms en de Clercq met liefde schreven
            Waar te schild en vriend de Fransen zijn verdreven
            't Is de plek waaraan mijn hart ik heb verpand
            't Land waarvoor ik leef: mijn Vlaamse land
 
 
              
 
______________________________
                 
                  in de strijd
 
 
 
           
 
     Vlaamse helden
 
    Al eeuwen heeft de Vlaming
    Zijn sporen steeds opnieuw verdiend
    Door de geschiedenis verweven
    Een herhaling van 't oude "Schild en Vriend"
 
    Was het met Breydel en de Coninck
    Of werd aan de IJzer zwaar gestreden
    't Was steeds door de Vlaming in de strijd
    Dat vijanden zware verliezen leden
 
    De trots van dit volk bestaat nog steeds
    Zoals de dappere helden van weleer
    Met de leeuwenvlag hoog in top geheven
   Slagen ze in hun strijd, steeds weer
 
 
 
----------------------------------------------------------
 
 
 
        
    
 
         Klauwaerts herrijst!
 
 
   Bij de slag der gulden sporen
   Was een machtige brul te horen
   Klauwaerts richtten de Leliaarts ten grond
   'T Is waar menig patricier de dood toen vond
 
    Waar is nu dit trotse volk gebleven?
    Hoog tijd dat ze weer herleven
    Vlaamse leeuwen ontwaakt en sta weer op
    Roep aan die "hanen"  een krachtig STOP
 
     Leeuwenharten, sta op voor jullie rechten
     Verengt u en ga opnieuw voor Vlaand'ren vechten
     Verdedig weer met krachtige hand
     Het Dietse land der vaderen: Vlaanderenland  
 
____________________________________________________
 
 
   Vlaanderen op eigen kracht
 
 
Eindelijk komt bij velen het besef
Vlaand’ren moet op eigen benen staan
Zelfstandig als volwaardige staat
En geloof me, Vlaanderen kan dat aan!
 
Wallonië wentelt zich met te veel gemak
In de zelfgekozen bedelstaf
Houdt al te lang een open handje op
Vlaanderen moet van die geldstroom af!
 
België? Nee, dat land bestaat niet meer
Is het wel ooit echt een land geweest?
Misschien doet de scheiding heus wel pijn
En voor de walen zeker nog het meest!
 
____________________________________________
 

Vlaamse strijd

Vlaanderen, je hebt een zwaar verleden,
En waarschijnlijk ben je moe gestreden
Maar rust gunt men jou nog steeds niet
Er ligt nog te veel onmin in ’t verschiet
 
Eens was er de slag der Gulden Sporen,
In Gent liet Artevelde van zich horen
Te veel Vlamingen met of zonder vrees
Waren aan de IJzer het kanonnenvlees
 
Leven we ook in een andere tijd,
"Communautair" heet nu de strijd
België, modder toch niet langer aan
En laat de Vlaming op zijn eigen benen staan
 
___________________________________________
 
 
Vlaams Belang (acrostichon)
 
 
Vlamingen voor hun eigen staat
Leeuwenharten fier paraat
Altijd strijdend voor hun eigen taal
Altijd strijdend voor hun eigen volk
Met hun eigen vaandel fier in top
Samen één tegen de federale flop!
 
België… weldra officieel in 2 gedeeld
Er werd met Vlaamse voeten al te lang gespeeld
LEVE VLAANDEREN, LEVE DE LEEUW
Alleen deze leuze blijven wij steeds trouw
NON! Niet langer, ‘t is gedaan!
Gij Walen kunt nu in je eentje verder gaan!
 
___________________________________
 
 
René de Clercq herzien...
 
Er ligt een staat te sterven
 
Lijdt aan een verschrikkelijke kwaal
En die ziekte die is terminaal
 
Was nooit geheel gezond
 
Een kanker die kwaadaardig was
Waar ’t arme landje nooit meer van genas
 
Hij liet een volk verderven
 
Met z’n Vlaamse stuk kon hij echt niet leven
Maar weigerde toch dat deeltje op te geven
 
 
Ging zelf daaraan ten grond
 
Door een koehandel in daad en woord
Heeft de regering zelf die staat vermoord  
 
Er is een staat gestorven
 
Beste Vlaming laat je niet meer bedotten
’t Kadaver begint stilaan al te rotten

Ik zal op de uitvaart zijn

Doch laat dat niet te lang meer duren
Of we zullen ’t ons allemaal nog bezuren!!!
 
 
   
 
_________________________________________________
 
Leve België
 
Zijn dit nu onze Vlaamse zangers?
Moet je toch eens luisteren naar de radio
Naar het allernieuwste schrijfsel
Van die broertjes van Clouseau
 
Om baronneke te mogen spelen
Om straks baronneke te zijn
Kwelen ze over één Belgenlandje
Zo lieflijk en zo fijn
 
Hoe komt het toch dat Leeuwenharten
Die broertjes nu plots niet meer lusten?
 
Omdat ze net één keertje te veel
Coburgs ed'le voeten kusten...
 
 
____________________________________________
 
 
Limburg (multiKUL)
 
 
Mijn Limburg, daar waar ik geboren ben
-Waar in bronsgroen eikenhout
Een vogel nog steeds zijn nestje bouwt-
Maar waar ik de mensen amper nog herken...
 
Mijn Limburg, met zijn bossen en zijn velden,
Er is nog steeds de zandgrond en de hei,
Maar waar is de tijd dat we in de maand van mei
De versierde mariakapelletjes nog telden?
 
Mijn Limburg, wordt jij nu ook al multicultureel,
Met op elke straathoek een moskee
In plaats van ons gezellig volkscafé?
Spaar ons! Da's van goede nu toch echt teveel!!!
 
 
en na het schrijven van dit gedicht klonk in mijn gedachten ons dierbaar
"Limburgs volkslied" opeens met een heel andere tekst...
Lees en zing maar mee:
 
Waar in bronsgroen eikenhout
De imam nu zingt
Hoog van op een minaret
't Alla-geblèir weerklinkt
Waar de autochtoon nu kruipt
Als vlooien in het zand
 
Da's straks mijn vaderland: Limburgs dierbaar oord
Mijn moderne vaderland: Limburgs dierbaar oord
 
Waar de vrouw een sluier draagt
Door de man getemd
Waar de imam de jihad preekt
en jij een kafir bent
Waar je je tot Alla keert
of je wordt vermoord
 
Da's straks mijn vaderland: Limburgs dierbaar oord
Mijn moderne vaderland: Limburgs dierbaat oord
 
 
________________________________________________________________________
 
            streken en steden
    
 
    Antwerp by night
 
    Antwerpen
    Stad der Sinjoren
    Deze nacht
    Lijk je als herboren
 
    De drukte
    Is tot rust gekomen
    Tussen je prachtige gevels
    Kan je nu dwalen en dromen
 
    Je straalt
    Je schoonheid weer uit
    Zonder kabaal
    Als steeds veel te luid
 
    Antwerpen
   Even weer flaneren op straat
    Vóór morgen de drukte
    Gewoon weer verder gaat...
 
____________________________________________
 
OM OVER NA TE DENKEN!!!
 
 
Laatst liep ik door Mechelen en Antwerpen, nu ben ik in mijn eigen landelijke gemeente Leopoldsburg en als je de bevolking daar bekijkt, komt het je niet onmogelijk voor dat dit eens een toekomstbeeld zal zijn:
 
 De Laatste Vlamingen
 
’s Morgens word ik wakker bij de oproep tot gebed door de muezzin vanaf de minaret van de gloednieuwe moskee om de hoek van de straat. Vroeger was dit ooit eens een mooie kerk, maar een paar jaar geleden werd deze omgebouwd tot moskee omdat de andere moskee in de straat te klein geworden was. De enkele Christenen die in deze buurt nog wonen, hebben geen weerstand meer geboden.
 
            Onze Turkse burgemeester Mehmet Özal was van mening dat het hoog tijd werd om het enig ware geloof, de islam, meer ruimte te verschaffen. De weinige Vlamingen die nog in de buurt wonen, brengen hun kinderen allemaal naar de koranschool, zo hebben ze het later niet zo moeilijk om zich te integreren. In de scholen worden de lessen hoofdzakelijk in het Turks gegeven, maar soms ook in het Arabisch en een enkel keertje zelfs in het Russisch, hangt van de meerderheid der leerlingen af.
 
            Ik wil naar het nieuws op de radio luisteren, maar slechts na lang zoeken komt met veel gekraak een Vlaamstalige zender door. Alle frequenties zijn ingenomen door de nieuwe bevolking en de Vlaming werd beperkt, weggedrukt. Daarbovenop werd geëist dat er een “dag van Vlaamse schande” werd ingesteld, zodat de Vlaming openlijk aan zijn slechtheid en wandaden zou herinnerd worden, zoals daar zijn: racisme en onverdraagzaamheid naar de buitenlander, vooral de moslim toe.
 
 Eindelijk een hoofddoek voor Vlaamse vrouwen  

 

         De spreker zegt dat onder druk van de “partij van de enig correcte weg” eindelijk een verplichting tot het dragen van een hoofddoek voor alle vrouwen moet ingesteld worden. Ik draag al een tijdje een hoofddoek om wat minder op te vallen in onze buurt. Zo wordt ik niet direct als Vlaming herkend en word ik iets vriendelijker behandeld in de winkels en zo. Mijn kleinkinderen spreken nog maar gebrekkig Vlaams, vervallen steeds vaker op Turks en dan moet ik er hen steeds weer aan herinneren dat oma dat niet verstaat en zich daar voor schaamt. Zij zijn de enige kinderen in de klas wiens familie nog Vlaams spreekt en ze proberen dan ook om zo goed mogelijk zelf aan te passen en hun best te doen.
 

            Door het venster kijk ik op de barricaden van gisteren, ze roken nog een beetje na. De vuilnismannen, allemaal zwarten zijn aan het opruimen. Wat was het gisteren weer? De Kroatische jeugd tegen de Servische? Of was dat eergisteren en waren het gisteren de Turken en de Koerden? Wat doet het ertoe, ik ben al lang blij dat per uitzondering onze ramen eens heel gebleven zijn…

           

            Ik heb intussen een job gevonden als afwashulpje in een Turks restaurant. Een gelukje, alle werk is voor “eigen volk eerst” – voor de moslims wel te verstaan. Mijn man hoeft niet meer naar werk om te kijken, hij is eerst en vooral op taalcursus gestuurd, omdat hij de Turkse ploegbazen niet verstaat en men het daarom niet aangewezen vindt om nog verder naar werk te zoeken. Hij heeft dit natuurlijk aangenomen, je krijgt zo’n kans niet alle dagen aangeboden.
 
            Onze huisbaas, Ali Yüksel, liet ons gisteren terloops weten dat hij de woning zeer binnenkort nodig heeft om er zijn broer met familie te huisvesten en dat we liefst snel naar iets anders zouden uitkijken. Op mijn voorzichtige poging tot protest kreeg ik als antwoord: “En liefst héél snel, vergeet niet dat ik goede relaties heb met vooraanstaande personen.” We moeten hier dus weg, maar zo zwaar zal het afscheid van onze oude buurt niet zijn.
 

            Misschien kunnen we zoals vele bekenden naar de Anatolische steppen verhuizen. De regering heeft de Vlamingen daar heel grootmoedig een stuk land aangeboden waar de kafirs tegen de juiste betaling van de dhimmibelasting in een soort van reservaat kunnen gaan leven. Maar het is tenminste een rest van de onzen, waar we onze taal nog kunnen spreken en een restje van onze eigen cultuur kunnen bewaren…

reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 288

Vlaanderen - gedichten en songs
| 06 Januari 2009 | 16:32:09
Songteksten
 
 
 
 
 
Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan:
De legerbenden sneven, een volk zal nooit vergaan.
De vijand trekt te velde, omringd van doodsgevaar.
Wij lachen met zijn woede, de Vlaamse Leeuw is daar

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Hij strijdt nu duizend jaren voor vrijheid, land en God;
En nog zijn zijne krachten in al haar jeugdgenot.
Als zij hem machteloos denken en tergen met een schop,
Dan richt hij zich bedreigend en vrees'lijk voor hen op.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Wee hem, de onbezonnen', die vals en vol verraad,
De Vlaamse Leeuw komt strelen en trouweloos hem slaat.
Geen enkle handbeweging die hij uit 't oog verliest:
En voelt hij zich getroffen, hij stelt zijn maan en briest.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Het wraaksein is gegeven, hij is hun tergen moe;
Met vuur in't oog, met woede springt hij den vijand toe.
Hij scheurt, vernielt, verplettert, bedekt met bloed en slijk
En zegepralend grijnst hij op's vijands trillend lijk.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
 
 
_____________________________________________________
 
 
KLOKKE ROELAND
T: A. Rodenbach, 1877
M: Johan De Stoop, A. Veremans 
Boven Gent rijst, eenzaam en grijst,
't Oud Belfort, zinbeeld van 't verleden;
Somber en groots, steeds stom en doods.
Treurt d'oude reus op 't Gent van heden;
Maar soms hij rilt en eensklaps gilt
Zijn bronzen stemme door de stede:
"Trilt in uw graf, trilt Gentse helden;
Gij, Jan Hyoens, gij Artevelden;
Mijn naam is Roeland, 'k kleppe brand
En luide storm in Vlaanderland!" 
Een bont verschiet schept 't bronzen lied,
Prachtig weertov'rend mij voor d'ogen
Mijn ziel herkent het oude Gent;
't Volk komt gewapend toegevlogen.
't Land is in nood: "Vrijheid of dood!"
De gilden komen aangetogen,
'k Zie Jan Hyoens, 'k zie Artevelden,
En stormend roept Roeland den helden;
"Mijn naam is Roeland, 'k kleppe brand,
En luide storm in Vlaanderland!" 
O heldenvolk, o reuzenvolk,
O pracht en macht van vroeger dagen!
O bronzen lied, 'k wete uw bedied,
En ik versta 't verwijtend klagen;
Doch wees getroost: zie 't Oosten bloost
En Vlaandrens zonne gaat aan 't dagen,
"Vlaanderen die Leu", trilt d' oude toren,
En paart een lied met onze koren;
Zing: "Ik ben Roeland, 'k kleppe brand,
Luide triomf in Vlaanderland!"
 
 
____________________________________________________________________________
 
 
 
 
Waar in ’t bronsgroen eikenhout, ’t nachtegaaltje zingt.
Over 't malse korenveld, ’t lied des leeuw'riks klinkt.
Waar de hoorn des herders schalt, langs der beekjes boord.
Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord.
Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord.
 
Waar de brede stroom der Maas, statig zeewaarts vloeit.
Weelderig sappig veldgewas, kost'lijk groeit en bloeit.
Bloemengaard en beemd en bos, overheerlijk gloort.
Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord.
Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord.

Waar der vad’ren schone taal klinkt met held're kracht.
Waar men kloek en fier van aard, vreemde praal veracht.
Eigen zegen, eigen schoon. ’t hart des volks bekoort.
Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord.
Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord.

Waar aan ’t oud Oranjehuis, ’t volk blijft houw en trouw.
Met ons roemrijk Nederland, één in vreugd en rouw.
Trouw aan plicht en trouw aan God, heerst van zuid tot noord.
Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord.
Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord.
 
 
 
 

Wij zijn bereid

Schoon klaart de dag, hoog waait de vlag.
Wie niet dapper is kan bij ons niet staan;
Wie niet durven kan moet ten onder gaan.
Komt straks de harde strijd: wij zijn bereid!
 
Eens komt het uur, gloeiend als vuur,
Dat de vijand grimmig voor ons staat
En het uur der Dietse zege slaat.
Komt straks de harde strijd: wij zijn bereid!
 
Trouw tot de dood! Dietsland wordt groot.
Als gij morgen valt en ik blijf alleen,
Kameraad, ‘k blijf trouw en ik vecht voor twee.
Komt straks de harde strijd: wij zijn bereid!

Roger Lammens – Jef Tinel

___________________________________________________________
___________________________________________________________
 
Gedichten
 
 
 
DAAR IS MAAR EEN VLAANDEREN
 
Daar is maar één land, dat mijn land kan zijn,
Daar rukt niet de Rhône, daar stroomt niet de Rijn,
Daar vloeit maar de Leie en de Scheld’ die brandt,
Daar is maar één Vlaanderen, ’t is mijn land.
 
Daar is maar één land, dat mijn land kan zijn,
Daar is maar één vreugd, daar is maar één pijn,
Daar is maar één liefde, daar is maar één haat,
Daar is maar één Vlaanderen en ’t vergaat.
 
Daar is maar één land, dat mijn land kan zijn,
Het groeit naar de daad, en die daad is mijn;
Het wordt in de wereld veel of niets,
Daar is maar één Vlaanderen, en ’t is Diets
 
René de Clercq (1877 – 1932)
 
 
 
 
Er ligt een staat te sterven
 
 
Er ligt een staat te sterven
was nooit geheel gezond.
Hij liet een volk verderven,
ging zelf daaraan ten grond.
 
Er ligt een staat te sterven,
die ogen hebben zien’t –
heeft menig, menig werven
een goeden dood verdiend.
 
Er ligt een staat te sterven,
heel zachtjes zonder pijn,
twee volken zullen erven.
Ik zal op de uitvaart zijn.

René de Clercq (1877 – 1932)

 
 
De Vlaamse tale
 
 
De Vlaamse tale is wonderzoet
voor die heur geen geweld en doet,
maar rusten laat in ’t herte alwaar
ze onmondig leefde en sliep tegaar,
totdat ze, eens wakker, vrij en frank,
te monde uitgaat heuren vrijen gank!
Wat verruwprachtig hoortoneel,
Wat zielverrukkend zingestreel,
Vlaamse tale, uw kunste ontplooit,
wanneer zij ’t al vol leven strooit
en vol onzegbaar schoonzijn, dat,
lijk wolken wierook, welt
uit uw zoet wierookvat!
Guido Gezelle (1830 – 1899)
 
 
 
 
Aan Vlaanderen
 
Vanwaar het grijze water breekt
en brandt tegen de duinen
vanwaar nu de eerste nevel druilt
door onze najaarstuinen,
komen, verkommerd en verkleumd
en ongetroost, wij armen
van hoog benoorden de Moerdijk,
om ons bij u te warmen
 
Wij komen naar dit ander land
met andere, eigen zeden,
anders in zijn bestaan, anders
in zijn bijzonderheden,
maar zo de hemel, die van kim
tot kim dampig zich welfde,
aldaar, alhier ons eender bleef,
zo bleef de taal dezelfde.
 
Wij komen naar dit land als naar
een vaderhuis, waarbinnen
men eens het Dietse dichterschap
zijn opgang zag beginnen,
waar de Nederlandse taal
de schoonheid leerde spellen,
het land, dat meer dan van wie ook
mij ’t land is van Gezelle
 
Vergun mij, in uw midden voor
een ogenblik te leven
bij wat hij uit zijn overvloed
ons allen heeft gegeven,
een ogenblik te gast te zijn
binnen de stille hoven,
waar hij verbleef, de moeiten van
 
Zijn moeilijk lot te boven.
Zijn onbestreden grootheid kan
mijn kranke lof ontberen,
maar zonder u te zeggen, kan
ik uit dit land niet keren,
hoezeer in onze jonkheid ons
zijn prachtig woord bezielde,
wat ons zijn edele eenvoud gold,
hoeveel wij van hem hielden.
 
En hoe dat wonder zich voltrok,
bij hem als nooit te voren
wellicht, dat naar hij zachter zong
het verder was te horen,
en dat, naar hij zich meer verstak
en uiting zocht bij monde
van zijne afzonderlijke taal,
te beter wij verstonden.
 
Wij danken dat hij ons zijn hart,
zijn hemel openstelde,
dat ons zijn stem verschenen is
tot ver over de Schelde,
wij danken dat we, in eerbied één,
wat hij ons wilde schenken,
aan u, aan ons gezamenlijk,
tezamen ook gedenken.
 
Jan Prins (1876 – 1948)
 
 
 
Geboorteland
 
Het blond geluid van bijen om de bloemen,
van ruisend koren om doorbrande boer,
landouw en water waar de wind in voer
de naam van Vlaand’ren, liefelijk te noemen
als meierozen van een wonderjaar.
De kreet van kinderen en meeuwen
hangt er als beiaardklokjes wonderbaar
in wolk en torens sedert eeuwen.
 
Want zingen laat niet af, zij ’t in de rouw,
dit kleine volk van dichteren en leeuwen;
zijn lied licht over doden als flambouw
en slaat als vaandels de verrijzenis der eeuwen.
O, allelujah, Vlaand’ren toverveld,
o, vredeweide, krans voor kind en held.

Paul de Vree (1909 – 1982)

reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 656

Vlaanderen - oude volksverhalen, mythen en legenden
| 06 Januari 2009 | 16:29:37
een duik in de oude overgeleverde verhalen, zoals daar zijn de witte wieven, heksen en dwaallichtjes
 

'''Tijl Uilenspiegel'''
 
is een fictief figuur uit Nederlands-Duitse folklore, die in Vlaanderen legendarisch werd als de held in Charles de Costers gelijknamige roman. Volgens de legende was Uilenspiegel een deugniet die vrij als een vogel in de zestiende eeuw door de Nederlanden en Duitsland (daar bekend als ''Till Eulenspiegel'') trok en iedereen voor de gek hield met zijn streken.
In De Costers roman wordt Uilenspiegel bijgestaan door zijn goedmoedige dikke vriend Lamme Goedzak en zijn vriendin Nele. In De Costers verhalen heeft Tijl behalve zijn schelmenreputatie ook de status van verzetsheld tegen de Spaanse bezetting van de Nederlanden in de 16de eeuw. Hiermee kent de figuur in Vlaanderen nu de reputatie van "geest van Vlaanderen".
Uilenspiegel zou eens in Lierderholthuis zijn geweest, een dorpje dat nu binnen de gemeente Raalte valt. Hier op een pleintje staat een Beeldhouwkunst|sculptuur van Tijl Uilenspiegel, gemaakt door kunstenaar Frank Stoopman. Ook in Damme (België), de stad waar hij volgens het boek van Charles de Coster geboren werd, staat een standbeeld dat Tijl voorstelt.
==Geschiedenis==
Hoewel Charles de Coster de in het Nederlandse taalgebied bekendste versie van het Uilenspiegel-personage heeft nagelaten, is Tijl toch geen vrucht van zijn verbeelding.
De eerste verhalen over Tijl Uilenspiegel verschenen rond 1500 in Duitsland. Herman Bote, stadsklerk van Braunschweig (stad in Duitsland), schreef een aantal grappige anekdotes over een personage genaamd "Dil Ulenspeghel". Deze middeleeuwse Uilenspiegel verschilt op veel punten van de latere negentiende-eeuwse roman: de politieke en maatschappijkritische dimensie ontbreekt en de humor is veel platvloerser, op het vulgaire af. Zijn naam verklaart zijn talent mensen voor de gek te houden. De uil was toen nog een symbool van domheid (vandaar dat er op schilderijen van Jeronimus Bosch bij domme personages vaak een uil te zien is, vergelijk ook het woord 'uilskuiken' en de Vlaamse uitdrukking "'t is nogal een uil." ('t is nogal een domkop). De spiegel fungeert als ding waarin mensen zich zien zoals ze zijn: "zo dom als een uil". De schalkse Tijl laat de mensen zien zoals ze zijn, zonder enige schroom. Vandaar zijn naam, die hij zelf in de eerste pagina's van het boek verklaart: "Ik ben ulieden spiegel," Ulen-spiegel.
Het boek vormde de basis voor vele volksverhalen uit de zestiende eeuw over hetzelfde personage.
In de Nederlanden werd tussen 1525 en 1547 in Antwerpen door Michiel van Hoochstraten het eerste boek over Tijl Uilenspiegel gedrukt . De volledige titel luidde: "Ulenspieghel, Van Ulenspieghels leven ende schimpelijcke wercken, en de wonderlijcke avontueren die hij hadde want hij en liet hem geen boeverie verdrieten".
De bekendste versie van het verhaal echter is die van de (Franstalige) Belgische auteur Charles de Coster: "La Légende et les Aventures héroïques, joyeuses et glorieuses d'Ulenspiegel et de Lamme Goedzak au pays de Flandres et ailleurs" (1867). De Coster laat Tijl geboren worden in het West-Vlaamse Damme (de eerste zin van het boek luidt: "Toen de meimaand de bloemen van de meidoorn deed ontluiken, werd Uilenspiegel, de zoon van Klaas, in Damme geboren"). Tijl ziet het levenslicht in 1527, op dezelfde dag als Filips II van Spanje.
De Tijl Uilenspiegel van De Coster is meer dan een luchthartige vagebond en kwajongen: hij is een Vlaamse vrijheidsstrijder die aan de zijde van de Geuzen tegen de Spaanse overheersing vecht. Sindsdien wordt Uilenspiegel met Vlaanderen geassocieerd, hoewel de oorspronkelijke, middeleeuwse Uilenspiegel deze patriottische dimensie niet bezat.
De eerste Nederlandse vertaling van De Costers bewerking verscheen in 1896.
==Tijl Uilenspiegel : Vlaams, liberaal, antiklerikaal==
===Charles de Coster en de Vlaamse beweging===

Charles de Coster werd in 1827 in München geboren als kind van een Waalse vader en een Vlaamse moeder. Hoewel hij Franstalig was, koesterde hij een grote sympathie voor de cultuur en volkstaal van Vlaanderen.
Het idee voor zijn roman ontstond tijdens zijn studies aan de Université Libre de Bruxelles (ULB), waar zijn vriend Félicien Rops in 1856 een satiristisch tijdschrift had opgericht: "Uylenspiegel. Journal des débats littéraires et politiques".
De Tijl Uilenspiegel van Charles de Coster is, zoals we al eerder zagen, een vrijheiddsstrijder: een Vlaamse Ivanhoe of Willem Tell, die aan de zijde van de Geuzen tegen de Spaanse overheersing vecht.
De in die jaren bloeiende Vlaamse Beweging, die ijverde voor het heropleven van de Vlaamse cultuur, sloot deze strijdbare, flamingante Tijl in haar hart. Zo werd de De Costers roman, contradictorisch genoeg, een Franstalige hulde aan Vlaanderen...
===Het liberalisme van Tijl Uilenspiegel===
De Tijl van Charles De Coster heeft een vrijzinnige, vrijgevochten levensvisie, net zoals zijn schepper, met een drang naar waarheid en eerlijkheid. En net zoals de schrijver zelf werd Tijl een sociaal-bewogen figuur, bezeten door een drang naar zelfbeschikking in een brede humanistische instelling.
===Een onverbeterlijke papenvreter===
De antiklerikale elementen komen al in het begin van het boek aan bod als de pasgeboren Tijl maar liefst vijf keer gedoopt wordt op één dag.
Toch is Tijl op zich geen godsdiensthater. Wel uit hij scherpe kritiek op de godsdienstoorlogen (het boek speelt zich af tijdens de hoogtijdagen van de Contrareformatie) en de kettervervolgingen die het land teisteren. Zijn vader komt op de brandstapel, verdacht van Lutherse sympathieën, de min Kathelijne verliest haar verstand na de vreselijke folteringen die zij, beschuldigd van hekserij, moet doormaken. Uilenspiegel observeert en klaagt het onrecht en de misbruiken van de inquisitie aan: een vrijbuiter die, letterlijk, god noch gebod kent: zo verhuurt hij zich bij de pastoor en steelt diens paard, en verkoopt hij paardenmest aan Joden, hen wijsmakend dat het om profetische korrels gaat waarmee ze de wederkomst van de messias kunnen voorspellen. Gestraft en veroordeeld tot het maken van een bedevaart naar Rome neemt Tijl ook de paus zelf in het ootje!
=="Tijl Uilenspiegel" later herwerkt en bewerkt==
Het boek van Charles de Coster is bewerkt door vele andere auteurs:
* een van de bekendste bewerkingen is de theaterversie die Hugo Claus in 1965 van de Uilenspiegel-legende maakte.
* Willy Vandersteen maakte twee stripalbums rond Tijl Uilenspiegel, maar voegde er echter een vleugje van zijn eigen fantasie aan toe. Er wordt ook in de stripreeks Suske en Wiske ook een paar keer naar Uilenspiegel verwezen. In De stalen bloempot (1950) wandelen Lambik en Wiske langs de haven van Amoras, wanneer Lambik de knappe verwezenlijkingen van Vlamingen in het verleden begint te roemen, waaronder ook Tijl Uilenspiegel. Wiske merkt echter op: "Als je maar niet vergeet dat Lamme Goedzak de makker van Tijl Uilenspiegel was mag je voortpraten, Lambik." In De Krimson-crisis (1988) wordt Tijl Uilenspiegel naar het heden geflitst.
* Richard Strauss schreef het symfonisch gedicht (''Till Eulenspiegels lustige Streiche''), geïnspireerd op de legende.
* In 1961 liep er een gelijknamige jeugdserie over Tijl Uilenspiegel.
 
                                      
 
 
Lange Wapper
 
 
Uiterlijk en karakter

Lange Wapper wordt dikwijls lang en dun voorgesteld. In strips en cartoons wordt zijn baardeloze kin vaak erg geaccentueerd.

De kwelgeest komt 's nachts te voorschijn en achtervolgt de dronkaards. Eerst als een klein mannetje, maar hij kan zichzelf steeds groter en groter maken, tot hij boven de huizen uitsteekt. Als de dronkaard, hijgend en zwetend, thuiskomt kijkt Wapper door het raam naar binnen.

Soms vermomt hij zich als een klein kind om moedermelk te kunnen drinken. Als een moeder dit kind meeneemt om te verzorgen en in een wiegje te stoppen, laat Lange Wapper zichzelf zo groot groeien dat hij niet meer in de kamer past.

Kludde de waterduivel is een vriend van hem.
 
Daden

In Hoboken zou hij ooit de mast van een schip hebben vastgegrepen en het ding in de lucht gegooid hebben.

In Antwerpen kent men volgende legende:

In de buurt van de Groenplaats woonde eens een juffer die vier vrijers had. Op een avond liet ze ze na elkaar op bezoek komen. Maar ze kwamen bij Lange Wapper, die haar gedaante had aangenomen. De eerste moest bewijzen dat hij van haar hield door twee uur op het grote kruis op het kerkhof te gaan zitten. De tweede moest twee uur in een kist onder het kruis gaan liggen. De derde moest op de doodskist kloppen en wachten tot ze hem kwam halen. De vierde moest met een lange ketting rond het kruis lopen. Toen hij dat deed vond hij drie doden. De eerste vrijer viel van schrik dood van het kruis, toen de tweede in de kist kroop. De tweede stierf van angst toen de derde op de kist klopte en de derde stierf toen hij het geluid van de ketting hoorde en dacht dat de duivel hem kwam halen. De vierde vrijer werd gek, sprong in de Schelde en verdronk
 

Woonplaats

Lange Wapper wordt vooral met Antwerpen geassocieërd, maar ook in Blankenberge, Bevel, Kessel en Nijlen bestaan er legendes over hem.

Zijn grootte maakt het voor hem gemakkelijk zich snel van de ene plek naar de andere te verplaatsen.
 
 
_______________________________________________________
 
 
 
 

Jan De Lichte

Jan De Lichte wordt geboren in wat vandaag een gezin met kansarmoede zou heten, op een ogenblik dat Vlaanderen gebukt gaat onder de aanwezigheid van vreemde troepen. In de dagelijkse stijd voor het bestaan probeert hij het eerst als soldaat van het Oostenrijkse leger waar hij deserteert om zich te laten inlijven bij het Hollandse leger. Ook hier wordt hij deserteur waarna hij met een aantal lotgenoten de wijde wereld intrekt. Stilaan groeit een soort bende die steeds verder van het rechte pad afwijkt.

Zolang de politieke situatie onstabiel blijft wordt de bende ongemoeid gelaten, maar als in 1748 de rust terugkeert wordt een grote klopjacht georganiseerd en wordt Jan De Lichte met zijn kornuiten opgepakt. Op amper 25-jarige leeftijd wordt hij geradbraakt te Aalst.

Louis Paul Boon maakte van Jan De Lichte een soort locale Robin Hood, die wat hij van de rijken afnam uitdeelde aan de armen. De werkelijkheid was een stuk minder nobel.

 __________________________________________________________________

reacties 4 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 967

Vlaanderen - partijen en verenigingen
| 06 Januari 2009 | 16:27:03
 
 
 
over vlaamsgezinde verenigingen, organisaties en partij.
 
 
 
Vlaams Belang: Deze ECHT VLAAMSE politieke partij strijdt in de eerste plaats voor een onafhankelijk Vlaanderen (Republiek Vlaanderen), een land dat zelfstandig is en een leefbaar klimaat kent en waar de Vlaming terug een veilig thuisgevoel kent. Hiervan getuigen slogans als "Vlaanderen op eigen kracht" en "De kracht van een overtuiging". Deze partij is -in tegenstelling van wat andere politieke partijen willen beweren - NIET racistisch, maar streeft ernaar om de Vlaming niet langer als een tweederangsburger behandeld te zien in eigen land! 
Tijdschrift: Vlaams Belang Magazine (maandblad)
Voor meer info, partijprogramma, lidmaatschap enz. kijk op www.vlaamsbelang.org
 
 
Vlaams Belang Jongeren: Dit is de jongerenafdeling van het Vlaams belang

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst!

 

Al te vaak beweren media en onderwijs dat jongeren niet meer geïnteresseerd zijn in politiek. Jongeren zouden walgen van het moeilijke politieke taalgebruik en vinden dat politici weinig oor hebben naar hun verzuchtingen. Het beeld dat er in de politiek alleen maar wordt vergaderd en niets opgelost wordt, zou er diep inzitten.

Bij de Vlaams Belang Jongeren delen wij die ervaringen niet. Jongeren zijn wel degelijk geïnteresseerd en actief bezig met politiek. Jongeren zijn op zoek naar duidelijkheid. Bij de Vlaams Belang Jongeren krijgen ze geen wollige, inhoudsloze praatjes. Wij geven duidelijke antwoorden op de maatschappelijke problemen en bieden hen een degelijk nationalistisch alternatief aan. Toch is ons alternatief te weinig gekend. Nog steeds verdraait men systematisch de standpunten van VBJ en van het Vlaams Belang op slinkse wijze. In de media en in de lessen herkauwt men steeds dezelfde vooroordelen. Daarbij schuwt men geen leugens, misleidingen of regelrechte haat tegenover het Vlaams Belang.
 
 
 
Vlaamse Volksbeweging:
 
 

De VVB werd opgericht in 1956 als partij-onafhankelijke drukkingsgroep die ijverde voor federalisme, toendertijd een revolutionair project.

De VVB doet wat de Vlaamse Beweging al 175 jaar doet: op een geweldloze wijze wantoestanden aan de kaak stellen, alternatieven naar voren schuiven en als drukkingsgroep de politiek beïnvloeden.

De VVB werkt zoals elke moderne drukkingsgroep:

Om onze onafhankelijkheid te bewaren moeten onze kaderleden daarbij partij-onafhankelijk zijn en mogen dus geen politiek mandaat bekleden.

 
 
Vlaams Nationaal Jeugdverbond:
 
 
Pro Flandria:
 
 
TAK: Taalaktiekomitee
 
 
Voorpost: Verdedigt de belangen van de Nederlandstalige volksgemeenschap in Vlaanderen, Nederland en Zuid-Afrika. Het is een aktieve Vlaamse aktiegroep van de kust tot de Voerstreek en de Vlaamse rand rond Brussel. Voorpost neemt het voortouw in de strijd voor een VRIJ Vlaanderen en tegen de franskiljons in de faciliteitengemeenten.
Tijdschrift: Revolte (driemaandelijks)
 
 
 
 
 
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 172

Vlaanderen - evenementen, feesten en herdenkingen
| 06 Januari 2009 | 16:25:44
Een lijstje van vaste vlaamse feestdagen. vb. Herdenking van de Guldensporenslag (11 juli)
 
 
Datum 11 juli 1302
Locatie Groeningekouter te Kortrijk, Vlaanderen
Resultaat Vlaamse overwinning
Strijdende partijen
Vlaamse steden
Graafschap Namen
Franse koning
Hertogdom Brabant
Commandanten
Brugge: Willem van Gulik
Brugse Vrije: Gwijde van Namen
Gent: Jan Borluut
Ieper: Jan III van Renesse
Robert II van Artois
Troepensterkte
9000 voornamelijk voetvolk 8000
Verliezen
nauwelijks meer dan 100 ongeveer 1000
 
___________________________________
 
 
Vlaamse kermis
 
 
Een Vlaamse kermis is een typisch Vlaams volksfeest met verschillende kraampjes en activiteiten, die eerder teruggaan tot het traditionele volksvermaak. Activiteiten zijn o.a. met ballen gooien naar blikken, sjoelen, darten, boogschieten, ezeltje-prik-je.
 
Dit gaat gepaard met vaak veel bier en andere versnaperingen zoals rijstpap, gebakken worsten en wafels.
 
_______________________________________
 
Nieuwjaarszingen
 
'''Nieuwjaarszingen''' is een folklore|folkloristisch gebruik, dat vooral voorkomt in de Provincie Antwerpen|Kempen en het Hageland. Het gebeurt op Oudejaarsavond.
De kinderen komen dan nieuwjaar wensen aan de voordeur en zingen meestal een kort en krachtig liedje.
In vele dorpen blijft dit beperkt tot in de voormiddag, maar dankzij het steeds later opstaan van vele mensen blijven de kinderen dan vaak voor een gesloten deur staan en het zingen gaat dus meer en meer verder in de namiddag.
De meeste kinderen hebben een zak op de buik hangen, opgehouden door een lintje rond de hals. Deze zak is ongeveer 20 bij 30 centimeter en meestal gemaakt van keukendoek. Na het wensen doet de toegezongene een centje of wat snoep in de zak.
In sommige dorpjes komen meer dan duizend kinderen langs in de voormiddag, maar vele mensen merken toch dat het nieuwjaarszingen zo stilaan minder populair wordt.
Wat wel steeds groter wordt is het zingen bij valavond. Dan zijn de tieners aan de beurt. Het zingen blijft, maar dan wel verkleed. Vaak zingen ze ook enkel bij mensen die ze kennen, waar ze dan een borrel of wat geld krijgen. Het zingen is voor deze jongeren een soort opwarmertje om hierna op café of naar een fuif te gaan. 
==Liedjes==
Enkele voorbeelden van zulke nieuwjaarsliedjes zijn de volgende:
''Oud jaar, nieuw jaar''
'''k wens u een zalig nieuwjaar!''
=====
''Nieuwejaarke zoete''
'''k heb kou voete''
''Laat me niet te lang staan''
''want ik moet nog verder gaan''
=====
''Nieuwejaarke zoete''
''Een varken heeft 4 voeten''
''4 voeten en ne staart''
''is dat dan geen centje waard''
=====
Wanneer men de deur niet opent, zingen de kinderen vaak het volgende:
''Hoog huis, laag huis''
''Er zit een gierige pin in huis
 
____________________________________
 
 
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 154

Vlaanderen - taalverwanten
| 06 Januari 2009 | 16:24:24
Het Nederlands (uit Nederland) en het Zuid-Afrikaans zijn ons verwante talen, hier enkele dingen uit die landen
 
 

Die stem van Suid-Afrika

Uit die blou van onse hemel,
Uit die diepte van ons see;
Oor die ewige gebergtes
Waar die kranse antwoord gee,
Deur ons vèr verlate vlaktes
Met die kreun van ossewa –
Ruis die stem van ons geliefde,
Van ons land Suid-Afrika
Ons sal antwoord op jou roepstem,
Ons sal offer wat jy vra:
Ons sal lewe, ons sal sterwe –
Ons vir jou, Suid-Afrika!
C.J.Langenhoven – Ds. M. de Villiers
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 188

Vlaanderen - varia
| 06 Januari 2009 | 16:23:18
Een allegaartje dat niet specifiek in een van de andere kopjes past...
 
 
Waar komt de naam Vlaanderen vandaan?
 
Etymologie:

Vlaanderen, Vlaming en Vlaams zijn afgeleid van flâm, een Ingveoonse vorm van het Germaanse flauma en dit betekent "overstroomd gebied". Deze etymologie lijkt de enige die taalkundig mogelijk is en klopt geografisch uitstekend. Deze betekenis is zeer toepasselijk voor het Vlaamse kustgebied dat tussen de 3e en de 8e eeuw tweemaal per dag overstroomde door de Noordzee.

Een inwoner van dit overstroomd gebied is dus een Flaming, het adjectief Flamis. Door bij de stam flâm het suffix -andra te voegen, bekomt men in datief meervoud Flaumandrum, verkort tot Flamandrum en uiteindelijk Flandrum. Tenslotte werd de f een v in het Nederlands, vandaar Vlaming, Vlaams en Vlaanderen. De plaatsnaam staat in het meervoud in het Nederlands Vlaanderen, het Duits Flandern, het Engels Flanders en het Spaans Flandes. In het Frans gebruikt men zowel Les Flandres als La Flandre, in het Italiaans enkel Fiandre.

Er is voor het eerst een vermelding van de pagus flandrensis (= Vlaanderengouw) in het jaar 358 door de Romeinen.
 
 
De Vlaamse Leeuw
 
 
 
 
Het huidige wapen van Vlaanderen werd bedacht door Filips van de Elzas: een klimmende leeuw van sabel (zwart), getongd en genageld van keel, op het gouden veld. In het verhaal van de slag der gulden sporen speelt het wapen en de bijhorende strijdleuze 'Vlaendr'n den leeuw' een cruciale rol in de Vlaamse bewustwording, die zeer bekend werd in de recentere tijden dankzij het boek van Hendrik Conscience.  De Leeuw verschijnt op zijn zegel uit 1163.
Het is opvallend dat de Leeuw als heraldisch symbool vooral gebruikt werd in de randgebieden en buurlanden van het Heilige Roomse Rijk: op die manier wenste men zijn onafhankelijkheid tegenover de keizer, die een adelaar voerde, te beklemtonen door een even machtig dier in het wapenschild op te nemen. De leeuw was in West-Europa een bekende figuur sedert de oudheid (o.m. de fabels van Aesopus).
Ongeveer in dezelfde periode verscheen er ook een leeuw in de wapens van Brabant, Holland, Limburg en andere vorstendommen.
 
 
Vlaggen van de Vlaamse gemeenten:
 
 
Lijst van Gemeentevlaggen uit heel Vlaanderen is te vinden op volgende site:
 
 

 

ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING VAN HET GRAAFSCHAP VLAANDEREN 4 JANUARI 1790

DOOR DE STATEN VAN VLAANDEREN


MANIFEST VAN DE PROVINTIE VAN VLAENDEREN

DE STAETEN VAN VLAENDEREN

Aen allen die dezen zullen zien ofte hooren lezen

SALUYT

Aangezien wy door eene bezondere en wonderbaere schikkinge der goddelyke voorzienigheyd getreden zyn in onze eerste voorregten van onafhankelykheyd en vryheden; en dat wy gebroken hebben den band, door den welken wy waren vastgehegt aen een Vorstelyk Huys, wiens heerschappye van het begin aen de waere belangen van Vlaenderen verderffelyk is geweest, moeten wy in het aenschyn van de geheele wereld onze stemme opheffen, en zijn wy schuldig getrouw te bewyzen, den oorsprong, de redenen, de uytwerksels van zoo gelukkige omwentelinge.

Vlaenderen, door syne gelegentheyd en vrugtbaerheyd, vervoegd aen eene ingeborene vlyt en behendigheyd van syne Inwoonders, was eene der bloeyenste Landstreken des werelds, zoo lang het door syne eygene Vorsten wierd bestierd.

De oude Graeven van Vlaenderen, en vervolgens de Princen van het Huys van Bourgognen, geboren, opgevoed, onderwezen in het midden hun'er Onderdaenen, bezielt met den zelven geest, agteden, verdedigden de Voorregten en Vryheden van hunne Onderzaeten, de welke inderdaed niet anders zyn, dan een megeboren regt als Mensch en Borger. Zy erkenden en eerden het heylig Verbond, plegtig met het Volk in Hulde aengegaen. De geschillen, de welke zig hier uyt konden verheffen, wierden in hunne geborte door de tegenwoordigheyd van hunnen Prins zonder eenig gevolg beslist.

Onder den steun van zoo eene regtveerdige en zoete Regeeringe, onder de handhaevinge van 's Lands Vryheden, zag men Vlaenderen zig steygen tot den hoogsten trap van gezag en luyster.

De Steden van Gend en Brugge moesten door hunnen glans en rykdom niet wyken aen eenige andere, zoodanig dat Vlaenderen in het geheel door Vremdelingen aenzien wierd alse eene eenige stad; en het Hof van Philippus van Bourgognen onzen Graeve voor het treffelykste en bloeyendeste van geheel Europa. Het is dien zelven Vorst, den welken tot Brugge instelde, het verheven Orden van het Gulden Vlies, weerdig de groote agtinge van alle andere Mogendheden.

Van dien tydstip af was het Nederland de gelukkige Voedster der Konsten en Wetenschappen, terwylen het ongelettert Duydsland, het welk niet beschaemt syn besmettelyk licht ons nu te willen mededeylen, nog gedompeld was in de dikke duysternissen van onkunde en onwetentheyd.

In zo eene gelukkige gesteltenisse, heeft Vlaenderen meer en meer synen roem verbreyd, tot het Houwelyk van Marie van Bourgognen met den Aerds-Hertog Maximiliaen, waer door het Graefschap van Vlaenderen is overgegaen aen het Huys van Oostenryk. Dit Houwelyk moet met regt aenzien worden, als den laesten tydstip van verheventheyd en luyster van Vlaenderen, en als het ongelukkig Bron van synen ondergang.

Door de vereeninge van het Graefschap van Vlaenderen met de woeste bezittingen en Landen van het Huys van Oostenryk, wierd het Oppergezag als vervremd van syne Onderdaenen, de welke gewoon waeren te genieten het minnelyk aenschijn en zoet bestier van hunne eygene Vorsten.

Het is immers, om zoo te zeggen, onmogelyk, dat afwezende Princen, Heerschers van groote Ryken, bewoonende afgelegen land-streken, de welke sy na hunnen eygen wille en goeddunken bestieren, zig schikken na onzen ingeboren Geest en Vryheden. De minste verwerringe, de minste tegenspraek, schynt te quetzen de weerdigheyd van hun Opper-gezag. Nauwelyks dan waren wy onder de regeeringe van het Huys van Oostenryk, of eene beweenelyke ondervindinge heeft waerheden bevestigd. Den Aerds-Hertog Maximiliaen, in grondwetten opgevoed, tegenstrydig aen den aerd der Vlaemingen, en in eenen geduerigen oorlog zoo met vremde Mogendheden, als met syne eygene Inboorlingen, geraekt in een geschil met de Stad Brugge, en uyt misnoegen en verontweerdinge, verpletterd haeren Koophandel, den welken in die tyden zoo bloeyende was, dat hy niet moest wyken aen eenige Stad van de geheele wereld.

Carel den V. synen keyn Zoon, om zig te wreeken over eenen twist met de Gentenaeren, geeft het zelve lot aen die treffelyke Hoofd-Stad van Vlaenderen. Haere alomme bekende en berugte Handwerken en Koophandel in Wolle-Laekens verliest synen glans en agtinge; duyzende Werkluyden verwyderen hun van de Stad, draegende hunne Konsten in vremde Landen, en al of de voordteelinge der afstammelingen van het Huys van Oostenrijk met zig baerde en vermeerderde onze rampen, Philippus den II. voltrekt den ondergang, met den welken syne voorzaeten ons Konst-ryk Nederland hadden bedreygd.

Het is dien zelven Keyzer Carel, den welken onder voorwendzel van de Inwoonders te beteugelen, den grondsteen heeft geleyd van het Kasteel van Gend. Het wreed geheugen der ongehoorde en afgrysselyke rampen, de welke deze sterkte over de geheele Stad heeft uytgestort, doet ons nog schrikken en sidderen : daerom is eene ontelbaere menigte van Werkluyden bezig dit onweerdig en rampzalig Gebouw tot den grond neer te vellen. Het is dezen zelven Vorst, wiens wraeknemenden erm zonder paelen was, den welken syne Geboorte-plaets met eene jaerlyksche Schattinge van 6000 Guldens heeft geboet, waer aen men tot heden met alle strengheyd heeft moeten voldoen.

Alle deze zeldzaeme gebeurtenissen zyn aen de geheele wereld genoegzaem bekend, en verdienen geene voordere ophelderinge. Het gene wy nogtans in stilzwygentheyd niet mogen voor-by gaen, is dat de wreedste mishandelingen der dwingelandye van het Huys van Oostenrijk de Vlaemingen van de voordere gehoorzaemheyd niet heeft konnen aftrekken, alhoewel hunne belangen vereyschten met de vereenigde Nederlanden zig te vervoegen.

Sy hebben hunne ingeborene aengekleeftheyd tot hunne Opper-bestierders gestelt, voor hun algemeyn Welzyn; deze omstandigheden alleen moeten allen onpartydigen genoegzaem overtuygen, tot wat uyttesterste het Opper-gezag in de voorige Regeeringe syne dwingelandye heeft geoeffent.

Aen deze ongelukken, de welke de eygen Bestierders aen de Vlaemingen hadden toegebragt, vermerngelden zig wel haest onheylen, spruytende uyt vremde oorzaeken. De verbintenisse van het Huys van Oostenryk met het gene van Bourgognen, wekte tegen ons op de wangunst van het Fransch hof, en ontstak meer dan twee geduerende eeuwen het vuur des oorlogs. Vlaenderen, het welk gemeynelyk was het Tooneel, alwaer deze rampen aldermeest uytbersteden, wierd deerlyk verwoest; en ten zy de ingebore vlyt en eygen rykdommen der Inwoonders alle hunne kragten verzaemelden, hadden onze Voorzaeten onder deze onheylen moeten bezwyken.

Den Vrede van Aeken in het jaer 1748 scheen afgesneden te hebben het vergiftig bron onzer ongelukken. Den verzwakten geest der Vlaemingen word erboren; men ziet den Koophandel, de Handwerken, den Landbouw bloeyen en erleven; alles neemt eene andere gedaente en vernietigt het treurig geheugen van onze voorige rampen.

Wat geluk voor het volk, wat geluk voor onze Bestierders, waert dat de Regeeringe die heylzaeme poogingen hadde begunstigt ! maer door een droevig nooddwang hebben sy die voorspoedige tyden misbruykt, om te smeden en uyt te werken het gevaerlyk ontwerp van verdrukkinge, en vernietinge van onze Voorregten en Vryheden.

Onder dit getal moet gestelt worden de magt van jaerlyks het onderstand-geld (les Subsides) of toe te stemmen of te weygeren. Onze Voor-Vaders hadden tot alhier met de grootste zorge deze Wapenen tragten te behouden; sy oordeelden dat het den sterksten Schild was tegen de geweldenarye en tegen alle aenstooten op hunne Vryheden. In het jaer 1754 wierden wy van deze magt ontbloot, niet tegenstaende den kloeken wederstand van eenige wyze Verdedigers van onze Voorregten, de welke dit aenzagen als een voor-teeken van onze aenstaende verdrukkinge. En inderdaad naer dezen tydstipt nam onze regeeringe meer en meer de gedaente van eene dwingelandye; men berooft ons van alles, het gene tegen het geweld ons zoude konnen verdedigen. Men vernietigt tot Weenen den Opper-Raed, den welken met een wys beleyd door dry Nederlanders tot bescherminge van onze Vryheden wierd bekleed.

Wat meer is, men sluyt den vryen toegang tot den troon; ten waer men voor af de toestemminge der Regeeringe hier toe hadde verkregen. Waer uyt volgde, dat, een het vast onderstand-geld (Subside fixe) ingedrongen zynde, de Staeten zelfs als een onnutig Genootschap moesten aenzien worden; de Hoofd-vergaederingen (Chefs Colleges) begonnen hunne agtinge en invloed in 's Lands zaeken te verliezen; in hunne plaetse wierden Amptenaeren des Konings (Fiscaux) aengestelt, de welke de ziele, den tolk waeren van alle de verkeerde inzigten van onze Regeeringe; buyten deze wierd nauwelyks iemand in 's Lands bestier tot raed gevraegd of aenhoort.

Ondertusen Josephus den II. met het overlyden van Maria Theresia syne Moeder komt tot het Graefschap van Vlaenderen; hy verbind zig gelyk syne Voorzaeten door het wederzydsche verdrag van trouw en hulde met syne Onderdaenen; den Hertog Albert van Saxen-Tesschen, gevolmagtigd, belooft en zweert op de plegtigste wyze uyt synen naem in het aenschyn van alle het Volk : "Dat hy het Graefschap van Vlaenderen zal handhaven in syne Voorregten, Gebruyken en Vryheden zoo Geestelyke als Wereldlyke, en dat hy als Graeve van Vlaenderen niet zal gedoogen, dat deze op eeniger wyze gequetst of vermindert worden".

Nauwelyks hadde Josephus den II. dit heyligste Verbond met de Vlaemingen gesloten, of terstond een ongunstig teeken voorspelde onze ongelukken; hy volherd in syne voornemens, de welke hy alreede hadde opgevat, van verscheyde veranderingen in te voeren in die zelve Grondwetten en Vryheden, wiens, handhaevinge hy zoo kragtig hadde bevestigt. Hy durft zelfs zyne nieuwigheden, gesmeed op den ondergang van zyne Onderdaenen, in 't openbaer laeten verschynen. Syne magt scheen te verontschuldigen alle syne haetelyke inzigten en uytwerkzels. Dusdaenig was den steun, het betrouwen op syne eygene kragten en gezag ! om dan ter voorkomen allen tegenstand, den welken hem zoude konnen worden toegebragt, door een Volk getergd, gequetst en eertyds zoo standvastig in het verdedigen zyn'er Vryheden, vernietigt hy en slegt de sterkten der Steden; waer tegen onze Voor-Vaderen hun zoo manhaftig hadden gestelt, wanneer Guido Dampiere, Graeve van Vlaenderen door het verbond van Melun met Vrankrijk zig hier toe hadde willen verpligten. Met eenen keer dan zien wy onze treffelyke Steden veranderen van gedaente; hunnen ingang schynt een vervallen of verwoest overblyfzel van eene verdelgde Stad.

Hy verkoopt den grond en stort het geld in de Koninglyke Schat-kist, niet tegenstaende het grootste deel den eygendom was van bezondere bedieningen, de welke zelfs tot heden genoodzaekt waeren de lasten te betaelen.

Aen dit lot ontquam alleen het Kasteel van Antwerpen, en de stad van Luxembourg. De redens van deze uytzonderinge zyn aen een ieder met de uyterste verontweerdinge genoegzaam bekent, sedert dat den Minister dezer Nederlanden, naer dat hy volgens gewoonte met bedrog hadde opgeheldert de Vaderlyke goedertierentheid van Josephus den II. niet beschaemt is geweest, van in de verklaeringe van den 20 November laestleden uyt te spreken, dat den Keyzer hadde vastgestelt, waert dat hy het Nederland niet konde behouden, het zelve met alle overmagt te overvallen, te verwoesten en te verdelgen.

Onze steden waeren nu ontbloot; het teeken van verbreking van onze dierbaere Grondwetten was gegeven; en ziet, door een openbaer bevel laet hy toe in onze Nederlanden de verscheydenheyd van Godsdienst, tegenstrydig aen onze Voorregten, door de welke in ons Land den Roomsch Catholyken Godsdienst alleen erkent wierd en geoefent; welke redenen zelfs onze Voor-Vaderen hadden beweegd, om zig niet te ontrekken aen de heerschappye van het Huys van Oostenrijk, onder Philippus den II.

Hier op volgde een ander bevel van het Oppergezag, vernietigende zonder eenige wettige gedaente verscheydene Kloosters en Gemeynten der beyde geslagten. Eenige Onderbediende gezonden van onze wilkeurige regeeringe, begaven zig nae die heylige schuylplaetsen, mishandelden door een schandelyk onderzoek en onbetaemelyke ondervraeginge de Kloosterlingen als pligtige; en die ongelukkige hadden geenen anderen troost, als de strengste dreygementen van berooft te zyn, zelfs van een gering onderhoud, ten zy dat sy erkenden de voorgewende beschuldigingen.

Laet ons voor oogen stellen die teurige, maer wreede gedaende, dan wy hebben moeten aenschouwen die ellendige slagoffers, overgelevert aen de heyligschendende begeerlykheyd hun'er dwingelanden; gerukt, verdreven, verstooten uyt hunne rustplaetsen, dwaelden sy als Schaepen zonder Herder. Het geheugen alleen moet ons bewegen van zoo een ontelbaer getal ongelukkige, de welke den schrik van die ongehoorde mishandelingen hebben moeten boeten, 't zy met langduerige ziekten, 't zy met de dood zelfs. Men berooft hun van hunne goederen, men verkeert de aen Godt toegewyde Plaetsen in onreyne stallen der peerden; de Altaeren worden onteerd; de goude en zilvere vaten misbruykt en geschonden; en alles word toegeeygent aen eene bedriegelyke schat-kist, onder der gewaenden naem van besteed te worden tot heyliger en godvrugtiger werken. (Caisse de Religion).

Alsdan waeren geene paelen meer aen de schendingen onzer grondwetten; men vernieigt alle de heylige Vergaderingen, Broederschappen en Gemeynten, onder het zelve voorwendsel van alle deze goederen tot nuttiger werken te zullen toeeygenen; zonder te voldoen aen de stigtingen en pligten, de welke de Geestelyke goederen aenkleven. Men rand aen de al-oude Godsdienstige en loffelyke gebruyken en plegtigheden van Gods Kerke; de leerstoelen van het H. Evangelium worden onteerd door het verstroyende aflezen van alle slag van wereldlyke beveelen, schikkingen en verordeningen.

Men wilt na het voorbeeld van het onbeschaeft Duydsland hervormen het onderwys der jongheyd; en men belemmert dit met zoo veele hindernissen, dat het onmogelyk was tot eenige kennisse der taelen of wetenschappen te geraeken. De hooge Schoolen worden vervult en wedergalmen door de nieuwigheden en ongehoorde stellingen, meer eygen om de zeden te besmetten, als om den geest te verheffen en te onderwyzen; men tragtede de Grond-Wetten van den Godsdienst te verkeeren in een enkel voorwerp van Staetkunde; de wereldlyke Geregts-banken eygenden zig toe de regten van het Geestelyk gezag; eene Wet betreffende de beletselen in het Sacrament des Houwelyks vernietigt de onbetwistbaere vonnissen en uytspraeken der Kerk-Vergaderingen, schend de Leeringe der H. Vaders, verwerpt de oudste en plegtigste gebruyken; sy stelde ons bloot van te moeten zien oneyndige Houwelyks-schendingen; en zoude de naerkomelingen hebben doen treden in eenen afgrond van betwistingen op de Wettelykheyd van hun wederzyds verbond, zoo ten opzigte van hunnen geboorten als van hunne erfdeelen. Met een woord, door eene tegenstreydige ondermengelinge der Goddelyke, Geestelyke en Kerkelyke Wetten, word het oordeel der Leeringe ontnomen aen de Bisschoppen; hunne onderwyzingen en beveelen, hunne beproevingen (Concours) tot de herderlyke Bedieningen, wierden onderworpen aen de goedkeuringe der wereldlyke Regeeringe; en om door den zelven mond het vergiftig zaed met meerder listen te verspreyden, verzaemelde men alle de Leerlingen tot den Godsdienst bestemd in eene plaetse alleen (Seminaire General) alwaer de onwetendheyd, kettterye en ongeloovigheyd haer gezag oeffende en zegenpraelde op den ondergang van het Geloof onzer Voor-Vaderen. Eyndelinge, niet was zoo heylig en verheven in onzen Godsdienst, of het wierd besmet en geschonden.

Aen de vernielende hand van onze wilkeurige Regeeringe, zyn niet ontkomen de Borgerlyke Wetten en Vryheden. Daer verschynt een Keyzerlyk bevel van den 12 Maerte 1787, waer door die afgrysselyke Geregts-banken (Intendances & Tribunaux) worden opgeregt, uytgevonden om het gene nog overbleef aen onze eerste Grond-Wetten, 't eenemael te vernietigen en uyt te roeyen.

Eenen mensch alleen hadde de opperheerschapye over de bestendigheyd of vernietiginge van alle de Wetten, 't zy wereldlyke; hy dreeg in syn vreeslyke hand het noodlot van allen Borger, zoo in het bezonder, als in het algemeyn; hy heerschte over het geluk of ondergang van alle het Volk; aen syne wilkeurige schikkinge was gelaeten het bestier der Provintien, der Steden, der Gemeynten; alleen Regeerder des Volks, allen Heer, van wat staet of bedieninge hy mogt wezen, was aen dit schrikkelyuk gezag onderworpen; men moest op eenen oogwenk onderdanig zyn aen syne slaevelyke beveelen, zelfs dan sy zienelyk afwykten buyten hunne paelen. Aenschouwt dan met weenende oogen ons Nederland, eertyds zoo bloeyende door syne Vryheden, geketent door een afgrysselyk wanschepsel van magt en gezag.

Den druk dezer banden van slaverny, hoe onverdraeglyk hy ook was, wierd nog vermeerdert door het vernietigen van alle de Regter-stoelen, 't zy der Steden , 't zy der Heeren, Bezitters der Heerlykheden; men stigtede op de vernietigting der oude Regtspleginge eene nieuwe, welkers vremde beschikkinge eene openbaere schendinge was van alle onze Grond-wetten. Daer -en-boven wierd hier door aengerand den eygendom der Heeren (Seigneurs de Village) aen wie dit regts-gebied was toegekomen of by koop of by erfdeel; deze Voor-regten waeren hun gelykelyk eygen; en wat meer is, de Vorsten van dit Land hadden deze goederen ten deele van hunne bezittinge afgezondert, en aen deze Heeren in eygendom gegeven; en al of men de belachelykheyd met het onregt wilde vervoegen, eenen onbeschaefden Duydsman wierd aen onze ervaeren Nederlanders als Voorzitter aengestelt; den welken verre van te bezitten de kragt onzer Wetten en Gebruyken, oin onze taele zelfs onkundig was.

Eyndelinge om niet te laeten ongeschonden, hoe hoog het was en verheven, men verandert en vernietigt de luysteryke Vergaederinge der Leden van Vlaenderen; en , het gene met regt aen een ieder verdagt was, eenen alleen word tot Brussel gestelt, als uytverkoren Bewindhebber der Staeten.

Door alle deze schrikkelyke aenstooten op onze Voorregten, door deze menigvuldige geweldenaryen, gevoelden wy meer en meer het onverdaegelyk jok onzer dwingelanden, dat wy ten laesten ontwaekt zyn; de verontweerdinge wierd algemeyn, de kragtigste en deftigte vertoogen, de welke zig uyt alle Steden en Regeeringen met misnoegen en indruk verheften, bewezen genoegzaem tot wat uytterste alles was gekomen; en ten zy men herstelde de wonden aen het Volk toegebragt, dat men aen de droefste gevolgen en onlusten was bloot gestelt. Dit gevoelen hunne Koninglyke Hoogheden, de welke om deze verderffelyke uytwerksels te voorkomen, opschorteden alle de ingedrongen nieuwigheden, die den vryen geest der Nederlanders zouden konnen ontstellen; en alzoo versmagtede en onderbleef in syne geborte een ontwerp met zoo veel arbeyd, om deze Landen (zoo zy zeyden) te herstellen, bereyd. Niet bleef over aen deze Herrvormers, als eene eeuwige schadvlekke en spyt van hunne mislukte onderneminge, en aen het Volk de wanorden en onheylen, in de welke sy hun geheel Land zagen gedompelt.

Om dan een eynde te stellen aen alle deze moeyelykheden, roept Josephus den II. tot den voet van den Troon eenige van alle ordens der Staeten van de Nederlandsche Provintien; maer deze buytengewoone zendinge, tot de welke het Volk met zoo eene nederige eerbiedigheyd zig hadde toegeboden, hadde geen ander uytwerksel, als eene enkele plegtigheyd. Verre van tot Weenen in der minne eenige zaeken beslist te hebben, den Keyzer konde syne verontweerdinge niet verbergen, en dede deze uytgelezen zendelingen, zonder met hun in onderhandelinge te willen treden, nae het Nederland vertrekken, om tot Brussel by de regeeringe te aenhooren syne gevoelens, en syne beveelen te ontfangen.

Wy zouden deze zelfzame handelswyze moeten hebben verwonderen, waert dat het niet bekend waere, dat den Keyzer, alhoewel tegen syn gemoed zig nae de netelagtige tyds-omstandigheden hadde gevoegd.

In dien tusschen-tyd wird hy onderrigt, dat de Staeten hadden toegestemt in de by-een-verzaemelinge van syn Krygs-volk , de welke alreede buyten verwagtinge was voltrokken; daerom aengekleeft aen syne eerste voornemens van syne Nederlandsche bezettinge te versterken, vernieuwt syne hope en tragt door andere middelen syne getrouwe Onderrzaeten te verdrukken, en syne onregtveerdige wraeke over hun uyt te storten.

Den Keyzer gevoelende onze regtmaetige klagten, vond zig gepraemt om de verklaeringe van Hunne Koninklyke Hoogheden te bekragtigen. Hy smeed die geveynsde voorafgaende voorwaerden (Prealables indispensables) om te bewyzen, dat syne toegevinge voortsquam uyt eygen beweginge. En ondertusschen hy stelde enge paelen aen syne gewaende vergunningen, en wilde de strengheyd van syne Opper-magt zonder eenig opzigt voor syne Onderdaenen laeten uytschynen; ja, hy spande deze middelen in om het Volk onder het zwaer gewigt van syn wilkeurig gezag te doen bezwyken. Hy stierde dan tot ons met deze wreede onderrigtingen eenen Opper-Staets en Krygs-Bedienaer (Ministre & Commandant d' Armes) de welke hy oordeelde bequame werktuygen van syne ontaerde beveelen. Men zag deze nieuwe zendelingen de gevoelens van hunnen meester aen de onderbediende mededeylen, en alle hunne kragten inspannen, om syn gezag tot eene onbepaelde uytgestrektheyd te verbreyden. Het was hun gelyk wat middelen sy gebruykten., dan sy maer konden de bekragftinge van Hunne Hoogheden verydelen. Onder andere wierd daer bevestigt, dat allen Borger zoude behandelt worden in het regt; (par Droit & Sentence) daerom stelde men vast op dusdaenige wyze de regtspleginge te bestieren, dat, verre van de Borgers in hunne regten te handhaven, sy deze konden misbruyken, om hun te verdrukken.

By deze gelegentheyd moet men aenmerken, dat den Keyzer, wanneer hy uyt Duydsland zig tot ons hadde begeven, onbetaemelyk oordele en als onnuttig zag de veelheyd der Leden, die onze Raeden en Magistraeten uytmaekten. Hy gaf zelfs de noodige Beveelen, om dezen misslag (zoo hy die noemde) uyt te roeyen : hy wilde, dat deze veranderinge ook deel maekte van de nieuwe hervormingen, en stelde onze Grond-Wetten op zwakke en eenvoudige voeten, om gelyk het riet zig nae den wil van den wind beweegd, ons op gelyke wyze te doen buygen na syn wel-behaegen; en na evenredigheyd , dat syne uytzigten verschillig waeren; veranderden ook syne maet-regelen. Hy hadde de Geregts-banken noodig, om syn verderffelyk oogwit te betreffen; het meestendeel onder deze, hadde zig voor de goede zaeke verklaert, en was neygende voor de ongeschondentheyd der Wetten en Vryheyd der Borgeren; dus was het de Regeeringe ten uyttersten aengelegen, de zelve ook eene andere wezendheyd te geven. Men bereykte dit oogmerk met aen den Raed te ontnemen het onbetwistbaer regt van syn eygen Leden te benoemen, en de openvallende plaetsen te vercvullen. Men voegde in hun genootschap een buyten gewoon getal Raedslieden, van welkers quasede trouwe tegen de Wet en Volk men verzekerd was, en die tot de verfoeyelyke inzigten met het Opper-gezag onbeschaemd zouden medewerken.

Allen onpartydigen heeft op synen tyd deze waerheden moeten aenmerken en gevoelen, de welke meer en meer bevestigt wierden uyt den brief door den Graeve van Trautmansdorff overhandigd aen syne wilkeurige dienaeren en verdrukkers des Volks, (Fisceaux) korts naer dat hem mislukt was, door de handen van den scherprechter te doen verbranden het Manifest der Staeten van Braband; want uytberstende in gramschap en dreygende klagten tegen den Raed in Vlaenderen, zegt hy, (De minute van dezen brief berust in de ontdekte Archiven van het gewezen Gouvernement) ten allen koste te begeeren eene kamer in den Raed, van welke men in alle voorkomende gevallen altyd kan verantwoorden. Zulke redeneringen moeten zekerlyk alllen goeden Borger doen sideren en beven. Hoe is het mogelijk dat eenen Vorst onophoudelyk durft beroepen de goedheyd van syn hert ( la bonte de son coeur) syne vaderlyke liefde; (son amour paternel) hy, die den verdediger der Regtveerdigheyd moest zyn; hy, die zig voor de eere. bloed en goed der Volkeren gewapend heeft, rukt aen Themis den schild uyt de handen, om met den zelven ons te onderdrukken en te vernietigen; niets is zoo wreed, niets zoo schroomelyk, als ongeregtigheden te plegen, bekleed met den schyn en stempel van regtveerdigheyd; een openbaer geweld is niet eerschendende; maer zoo de Geregts-banken in behoorlyke wyze het vonnis uytspreken, dan blyft in den geest en in 't geheugen der menschen eenen diepen indruk, een zeker denkbeeld van schande en smaed aen den naem, over wie den Regter wettelyk heeft gevonnist; het welk zeer dikwils gevoelyker is, dan de straffe van den veroordeelden. Aengezien men niet vreesde den geheyligden Altaer der Regtveerdigheyd te onteeren, men heeft zig ook niet beschaemd van de weerdige magt der wetgevinge te aenroepen, om het Volk te onderdrukken. Wy hebben een levendig voorbeeld van deze onheylen in de verklaering des Keyzers, korts gevolgt naer de bekragtinge, by welke aen de Pensionarissen en Secretarissen der Hoofd-Collegien uytdrukkelyk word aengezeyd, of dat sy moeten hunne plaetsen en bedieningen afstappen, of wel hunne hoedaenigheyd van voorsprekers nederleggen; hoewel men onderrigt was, dat geene van deze ampten in Vlaenderen konden vergenoegen, om aen deze Luyden een eerlyk bestand en onderhoud te bezorgen.

De voorgewende redens, de welke hier op wierden gegeven, zyn zoo vermomd en verdagt, als dat de uytwerkinge onregtveerdig en verdrukkend is. Men gaf te kennen, dat langs deze kant de gezeyde amptenaeren hunne pligten volstrektelyk zouden konnen waernemen: maer hoe onervaeren men ook in de Staetkunde was, konde men ligtelyk gevoelen de inzigten der Regeering; het was openbaer, dat de baetzugtige uytvoerders der Keyzerlyke beveelen utterlyk waeren verbitterd tegen dit slag van Magistraets-bediende, om dat sy getrouwe verdedigers waeren geweest onzer Voorregten; en dat sy standvastig bleven, om alle voordere verdrukkingen en geweld kloekmoedig van ons af te keere. Ontelbaer zyn diergelyke aenstootinge tegen onze Vryheden; en het blyft onbetwistbaer, dat men ten tyde van het kort Ryk van Joseph den II de Wetgevinge t'eenemael heeft verkeerd en veranderd; als eenen geduerigen hagel vielen op ons menigte van nieuwe Wetten en Verklaeringen, door kranke herssenen verzind, en elkanderen onophoudelyk tegensprekende.

Men ontmoette in de zelve dien luyster niet, die weerdigheyd, die grootheyd, de welke aen de vergevendheyd van den Troon eygen is; maer in tegendeel in plaets van hooge agting en eerbied aen de Onderdaenen in te boezemen, zy waeren een gestaedig voorwerp van smaed, en zeer dikwils van schrik en vreeze.

Hier uyt volgde een gegrond misnoegen en knorring van een vry Volk, nydig van syne Voorregten; maer de Regeering alles misagtende, en aen syne buytenspoorigheden geene paelen stellende, verbitterd in deze laeste tyden het beledigd Volk meer en meer; men verwyderd uyt de Magistraeten alle die men kende of dagte aengekleeft te zyn aen de goede belangen van het Vaderland.

De bloed en geldgierige dwingelanden (de Fiscalen) dezer Provintie verwekken den angst en vreeze in alle de herten der Inwoonderen; eene enkele woorden-wisseling, een eenvoudig verhael, eene zuyvere Redenvoering in de openbaere gezelschappen waeren het voorwerp van hunne berispelyke aendagt, en leydden verders tot een pligtig onderzoek; het mistrouwen, de argwaen drong in het binnenste der gemoederen, en ontruste de vreedzame geesten; men wilde eerst op het gelaet van zynen vriend lezen of hy verdagt was, en of hy ook het masker van verraeder en overdraeger niet had aengetrokken , voor dat men zig durfde openbaeren. Eene ongehoorde strengheyd tegen de druk-persse hadde schier van ons verwyderd zoo nuttig deel des Koophandels; men schendde het heylig geheym der brieven; en men dede de verscheyde streken der Provintie verantwoorden voor de plonderingen, die zouden konnen overkomen in den zelven tyd, dat men de Borgers de Wapenen had afgenomen, de welke zy noodig hadden, om deze wanorders te beletten.

Men vernietigt tegen de uytdrukkelyke beloften der bekragtinge (Ratification) het Hospitael tot Audenaerde, en men sluyt aen de Kloosterlingen den vryen toegang van regt en verdedinge. Men verandert zonder eenige wettige oorzaeke het bewind en bestieringe van het Land van Aelst; en men bereyde in d'andere bedieningen de zelve nieuwigheden, om alszoo de volstrekte afhankelykheyd van hunnen eygen wille en goeddunken over-al te grondvesten.

Deze Regeeringe, hoe verdrukkende en geweldig zy ook was, en voltrok niet het oogwit van onze Dwingelanden; zy wierd genoodzaekt alles over te laeten aen het Krygs bedwang alleen; den Opper-bevelhebber der Wapenen wierd den enigen Bestierder des Lands. Dear ziet men zonder eenige voorafgaende wettige aenklaeginge menigvuldige treffelyke Ingezetene van hunne woonsten tot den kerker gerukt; hier zag men andere bezetten met Krygs-wagten, de welke alle hunne voetstappen naerspeurden, en wiens vremde en vreesselyke gedaente eenen vervaerlyken indruk toebragt in de gemoederen. Willende dan den spot vermengelen met de onderdrukkinge, en, na het voorbeeld der grootste Dwingelanden, hun verfoeyelyk gedrag voor het aenschyn van geheel Europa verontschuldigen, sy wenden voor eene strafbaere, maer valsche saemenzweeringe, de welke wat laeter van de reegeeringe zelfs ontkend is; dan sy die ongelukkige Slag-offers van haet en lasteringe in vryheyd heeft herstelt.

In deze rampzalige tyden verwekte men die schreeuwende en ontstigtende vervolginge tegen den Opper-herder van ons Nederland; het is dien weerden Gezalfden des Heeren, den welken door syne lydzaemheyd, volherdinge en standvastigheyd in het verdedigen van Gods Kerke, niet moet wyken aen de kloekste Helden van het Christendom. Naer dat den Keyzer hem reeds verscheyde mael hade tragten te veroodmoedigen, zend hy hem nae Loven, om te aenhooren de uytlegginge der nieuwe Leeraers, en over hunne onderwyzing het vonnis uyt te spreken. Maer men was wel haest overtuygd, dat deze zendinge uyt verkeerde inzigten geschied was; immers nauwelyks was hy aldaer aengekomen, of het Opper-gezag vond uyt verscheydene hindernissen, om het oogwit van syne zendinge te verydelen; maer te vergeefs; syne manhaftigheyd zegenpraelde over het bedrog en listige poogingen van syne vyanden. Eyndelinge sprak hy onbevreesd uyt syne Verklaeringe, gegrondvest op de onbetwistbaere Waerheden der H. Kerke, te weten : dat hunne Leeringe berispelyk was en niet overeenkomende met het Geloof (reprehensible & non orthodoxe.)

De Regeeringe was verbaest over dit donderende vonnis, waer door alle hunne inzigten wierden vernietigt, en verbied dezelfs afkondinge op de strengste straffen. Niet tegenstaende, dit verborgen licht dringt met syne straelen door de duysternissen; en het volk aenzag met verergernisse, dat de Regeeringe, als veragtende dit regtveerdig vonnis, onder haere oogen toeliet de uytlegginge en verbreydinge van eene Leeringe, door synen wettigen Rechter veroordeelt. Dezen kloeken wederstand trok tot zig de verontweerdinge en gramschap onzer Dwingelanden; men omringeld syn Paleys met Krygswagten; men is niet beschaemd door een openbaer Schrift aen dezen weerdigsten Herder toe te eygenen, dat hy den oorsprong was, en den fakkel hadde gedraegen tot alle de onlusten en oneenigheden. Men beschuldigde hem zelfs van de voorgewende saemen-zweeringe tegen de Regeeringe: dit was aen hem en synen Godsdienst, voor welkers Regten hy zoo manhaftig hadde gestreden, den laesten en schandelyksten smaerd en onteeringe! ondertusschen het geweld berst meer en meer tegen hem uyt ; men rand aen syne vryheyd; en ten zy de omzigtigheyd en wyzen raed hem hadde onttrokken aen de woedende hand syn'er vyanden, den glans van ons Nederland was bloot gestelt aen de grootste ongelukken.

Alles moest zig buygen onder den dreygenden erm, den welken ons bestierde......maer men moest deze geweldige Regeeringe grondvesten op een bestendig zuyl, het welk haere duerzaemheyd konde verzekeren. Daerom spand men middelen in, om aen de Naerkomelingen ongevoelig het jok der dwingelandye over te zetten. Men begint met het onderwys der Jongheyd, en men stelt vast hun zulke beginselen in te boezemen, de welke hun leyden en neygen tot het nieuw ontwerp van bestieringe. Daerom regt men op eene stigtinge, onder den vremden en belachelyken naem van Normalsche Schoolen (Ecoles Normales.) Hier toe waeren Voorzitters en Leeraers geschikt, de welke naer het welbehaegen van het Hof van Weenen onderwezen, alle met den zelven geest, met de zelve gevoelens waeren bezielt.

Onze Kinderen dan besproeyd met dit besmettelyk vogt, in die zelve grondregelen onderrigt en opgevoed, hadden werktuygen geweest, de welke slaevelyk door de regeeringe naer het goeddunken der dwingelanden wierden beweegd. Om dan tot dit oogwit te geraeken, men verwyderde van de hooge Schoole van Loven alle die treffelyke Leraers, de welke door hunne uytmuntende hoedaenigheden den luyster waeren van ons Nederland; en men vervalschte en verbasterde alle de goede beginselen en grondregelen der konsten en wetenschappen.

Men verzaemeld alle de Jongheyd in eene Stad, in de welke, door haere uytgestrektheyd en bedorventheyd, het by-nae onmogelyk was de queade neygingen der eerste jeugd in te toomen.

Wat meer is, eenige opqueekelingen, de welke nauwelyks Minerva van verre hadden gegroet, worden nae Weenen gezonden, om aldaer het vergif der nieuwsgezindheden in te dringen, en onze eerste Leer-stoelen te bekleeden. Deze moesten den geest, de zeden, en het verderffelyk licht van Duydsland aen ons wys en konsryk Nederland mededeylen.

Alzoo wilde men de dappere Nederlanders tot eene volstrekte slavernye onderwerpen , en hun behandelen als de vernederde Inwooners van Moravien en Croatien. Gelykerwys aen onze rampen en ellenden geene paelen waeren, zoo was ook de verslagentheyd des Volks tot den hoogsten trap gerezen. Den koophandel verflauwd en bezwymd, den iever en neerstigheid ontbreekt onder de Konst-werkers; alle de hand-gedaeden gevoelen zig aen deze geweldenaryen; vele van onze treffelyke Borgeren met schrik en weedom bevangen, nemen afscheyd van hunne Vrienden, van hun Vaderland, om de ruste en veyligheyd in 't midden van onze Naburen te vinden. Andere bezield met een volmaekt betrouwen op de goddelyke Voorzienigheyd, reyken hunne gevrongen handen tot de Hemelen, en beroepen met een H. Geweld de hulpe en bystand van den Godt der regtveerdigheyd: algemeene gebeden worden ingestelt, en het scheen, dat het Volk onder zig wilde betwisten het voorregt tot den ingang der gewyde plaetsen. Maer wie zoude oyt gelooft hebben, dat de goddeloosheyd en veragtinge van den waeren Godsdienst de regeeringe zoo verre zoude hebben gebragt, dat sy door de strengste beveelen de gebeden zoude durven verbieden, als willende door het menschelyk gezag de regtveerdige en bermhertige hand Gods wederhouden.

't Was in dezen oogenblik van algemeene gistingen en verwerringe, dat de dappere Brabanders, onze getrouwe broeders, nog wreedelyker als de Vlaemingen mishandelt, zig quamen aenbieden, om met eene vereenigde magt het jok van den dwingeland en banden onzer slavernye te breken. Op hunne inrukkingen in onze Provintie wierd ons den oorlog door de regeeringe op eene onmenschelyke wyze verklaert. Den generael 'd Arberg wierd tot hulp der Keyzerlyke Krygs-volkeren nae Gend gezonden, met uytdrukkelyk last en bevel, om deze ryke en bloeyende Hoofdstad te vuur en te zweerde te stellen; het welk hy zelfs aen het Magistraet heeft bekend gemaekt door synen brief gedagteekend den 16. November laestleden. De Soldaeten waernemende van deze vreezelyke toegevinge van hunnen Oversten , vallen als raezende honden op de goede Inzetenen; plonderen, branden, ontschaeken, vermoorden en begaen alle grauwzaemheden, onbekend in de Gedenk-schriften der aldervreedste Volkeren. Eyndelinge den Godt der Heyrkragten verontweerdigt, geeft syne zienelyke hand aen het Volk; het welk een groot deel der Keyzerlyke Krygs-benden gevangen neemt, en een veel aenmerkelyker op de vlugt jaegt. De Stad Brugge, met gelyken moed aengepoord, maekt Krygs-gevangen alle de Soldaeten, de welke zig binnen haere mueren bevinden. Het Krygs-volk van Oostende, vreezende het zelve noodlot te ondergaen, verhaest zig met dappere schreden niet alleen de Stad, maar geheel ons land te ontruymen. Den voorspoed onzer Wapenen, noodzaekte de Regeeringe den 2. December laestleden in onderhandelinge te treden met de Brabandsche en Vlaemsche Legers; en daer wierd eenen Wapen-stilstand van 10 dagen getroffen. By dezen middel heeft den Keyzer niet alleen Vlaenderen herkend als wettelyk den oorlog voerende, maer hy heeft zelfs aen den uytval der Wapenen de regtveerdigheyd van onze zaeke overgegeven. Naer dezen stilstand zyn de Keyzerlyke, niet alleen uyt Vlaenderen, maer meer als vyftig mylen verdreven buyten de Paelen van onze aengrenzende Provintie.

Dus is het onbetwistbaer en buyten allen twyffel, dat den Keyzer alle de verbintenissen met ons aengegaen, heeft vernietigt, verbrekende de plegtige Voorwaerde van Huldinge, door het wederzyds verdrag, door de heylige en kragtigste bezweeringen bevestigt. Hy heeft dan aen het Volk de Vryheyd niet konnen betwisten, van den band te verpletteren , door welken het aen syne gehoorzaemheyd was vastgehegt; zoo veel te meer, omdat hy tot in deze laeste tyden, de herhaelde en nederige vertooningen van het Volk, om de herstellinge van alle de beledingen en schendingen af te smeeken, altoos met gelyke verontweedinge van de hand heeft gewezen.

Vervolgens den Keyzer den oorlog verklaerrende, heeft ons gemagtigt, het geweld met geweld te keeren, en waer te nemen de voordelen, de welke volgens het regt der Volkeren, den goeden uytslag der Wapenen aen de overwinnaers gewoon is met zig te brengen. Indien dat het waer is, dat den Keyzer met ons te veroveren, ons als een overwonnen Volk zoude behandeld hebben, (zoo den Graeve van Trautmansdorff bedreygt in de verklaering van 20 November laest) het regt der Volkeren en der Natuur magtigt ons, begunstigd zynde door den zegen onzer Wapenen, om den Keyzer te ontzeggen alle gehoorzaemheyd, en onze volle vryheyd en onafhankelykheyd vast te stellen en te grondvesten.

Gevolgentlyk, beroepende den Opper-Regter der geheele wereld, aen den welken de regtveerdigheyd onzer zaeke bekend is, en in wiens hand de schikkinge is aller Ryken, verklaeren wy pligtig, en maeken kenbaer uyt den naem van het Volk, de Provintie van Vlaenderen eenen onafhangelyken Staet te zyn, en 't eenemael ontrokken aen de getrouwigheyd en gehoorzaemheyd van den Keyzer Joseph den II., Graeve van Vlaenderen, en van het Huys van Oostenrijk : en uyt dien hoofde verbieden wy aen alle en een ieder, van voor het toekomende den voorigen Graeve van Vlaenderen voor dusdaenig te herkennen. Wy verbieden nog aen alle en een ieder, in eeniger maniere gebruyk te maeken van zynen Naem, Titels of Wapenen des zelfs Hoog-gezag, Regs of Grondgebied, in alle zeaken het gemelde Graefschap betreffende.

Verklaerende ook een iegelyk van wat staet hy mag zyn, 't zy Borger, 't zy Krygs-bediende, ontslagen en ontbonden van alle gehoorzaemheyd en getrouwigheyd ten opzigte van den voorgemelden Keyzer. Verklaeren nog alle Hoog-regt hebbende, Amptenaeren, Leen-mannen en alle andere Bediende, wie die ook wezen mogten, vry en ontlast van alle aengegaen en schuldige verbintebissen; en verders ontslagen van allen eed aen den vervallen Grave van Vlaenderen gedaen.

Bevelende dat zy zig zullen bedienen van den stempel onzer Provintie, tot dat men op deze zaek anderszints zal hebben vastgestelt; dit alles op straffe van nietigheyd en onweerde van allen. Act en Depeche, of brieven hoe genaemd, die anders als hier bepaeld en bevolen is, gedaen, geteekend of gezegeld zullen zyn. En om met meerdere zekerheyd het uytwerksel van deze tegewoordige te bereyken, gebieden wy, dat alle zegels en wapenen van den Keyzer Joseph den II. gewezen Graeve van Vlaenderen, zonder uytstel naer het afkonden dezer, aen de Staeten behandigd zullen worden.

Nog verklaeren en gebieden wy, dat voor het toekomende geen geld ofte munte zal geslagen worden op den stempel of wapenen van den voorigen Graeve van Vlaenderen : maer eeniglyk op den stempel en wapenen, die men ten eersten zal voorschryven. Dit ongehinderd, gedoogen wy tot naeder beschik, dat de munten en gang-hebbende penningen op dien voet van weerde blyven, die men hun tot nu toe heeft gegeven.

Verklaeren dat alle Jurisdictie van den grooten Raede van Mechelen op onze Provintie van Vlaenderen nu en voor alsdan ten eeuwigen dage zal onderblyven; bevelen en gebieden dat dit ons tegenwoordig Manifest gedrukt, afgekondigd en op alle gewoonelyke plaetsen aengeplakt worde binnen onze Provintie, en alwaer het noodig mogt zyn, op dat zig niemand van onwetendheyd zoude konnen bedienen.

Verklaeren nog aen die van onzen Raede in Vlaenderen, die wy hebben by dezen tot een Opper-geregtshof (Conseil Souverain) aengestelt; en bevelen dat een iegelyk die het aengaet, zal stiptelyk agtervolgen den geheelen inhoud van dit Manifest. Waerom wy deze tegenwoordige hebben doen teekenen door onzen Raed-Pensionnaris, en met onze gewoonelyke Wapenen doen zegelen.

Gedaen in onze Vergaderinge den 4 Jan. 1790.

Was onderteekent J.F. ROHAERT.

 

reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 175

Home Ontwikkeld door punt.nl gehost door mijndomein.nl| sinds: 2008-12-24